ACTUEEL COMMENTAAR
ARCAM nodigt met enige regelmaat iemand uit om hardop te filosoferen over de toekomstige ontwikkelingen in de regio Amsterdam. Het visuele resultaat, een geschetst toekomstbeeld, is gemaakt met een kaart met definitieve ruimtelijke plannen als onderlegger. Het Actueel Commentaar is tijdens het schetsen opgetekend.
Haal de seizoenen terug de stad in!
Jan Heijns 10.06.09
Jan Heijns is beleidsadviseur ruimte bij Milieucentrum Amsterdam. Een verslag van het gesprek in de zomer van 2009.

Milieucentrum Amsterdam (MCA) bestaat sinds 1988 en is een onafhankelijke non-profitorganisatie die zich inzet voor een duurzaam en leefbaar Amsterdam. MCA is uitgegroeid tot een netwerkorganisatie met meer dan zeventig aangesloten lidorganisaties en beweegt zich hoofdzakelijk op vier beleidsvelden.

Ten eerste is dat het behoud van groen in en om de stad. Om groengebieden buiten de stad te behouden moet de stad zo compact mogelijk gebouwd worden. Kansen voor verdere verdichting liggen op de IJ-Oevers, richting de haven en rond de Ring A10. De verdichting kan wel degelijk samengaan met de wens voor meer groen in de stad. Zo kan de A10 voor een deel onder de grond gelegd of overdekt worden, met daar bovenop een mooi park. Barcelona is in dat opzicht een goede referentie. Daarnaast zijn er nog genoeg daken die we kunnen laten begroeien.
Een grote wens van MCA en een kans om de stad echt te veranderen is als het stedelijk landschap meer gezien wordt als groen landschap. Ook in de stad moeten de seizoenen gevoeld en gezien kunnen worden. Bijvoorbeeld door verblijfsruimten te creëren op groene daken en vaker groene gevels op gebouwen toe te passen. In samenhang hiermee is het belangrijk om een goed werkend ecologisch systeem te hebben. De groene ruimte moet meer zijn dan drie grassprietjes hier en daar; planten en dieren moeten er ook echt kunnen gedijen. Een robuust ecologisch systeem krijg je alleen als je de verschillende groene gebieden met elkaar verbindt. De stedelijke ruimte moet dus niet los staan van de groene ruimte, maar ermee verweven zijn. Daar zal de stedeling ook van profiteren.

Uitdagingen liggen met name in de oude ‘versteende’ buurten als De Baarsjes waar weinig ruimte voor groen lijkt te zijn. Ook de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden is spannend. De oorspronkelijke groenstructuur die door Van Eesteren is ontworpen lijkt niet altijd even zorgvuldig te worden gehandhaafd. Het staat buiten kijf dat dit juist een plek is waar verdicht moet worden, maar wel met het behoud van een hoogwaardige groene ruimte.
Een probleem in sommige wijken, bijvoorbeeld de Bijlmer, is dat sommige groene plekken ‘onduidelijk’ zijn. Mensen weten niet goed wat ze ermee moeten waardoor het enerzijds slecht gebruikt en anderzijds slecht onderhouden wordt. Kortom; groene gebieden moeten een duidelijke identiteit hebben.

Behalve om het groen in de stad, bekommert MCA zich ook om het groen (en blauw) rondom Amsterdam. Zo zouden de contouren van de Stelling van Amsterdam veel groener kunnen. Ook moeten de groene scheggen die Amsterdam insnijden, worden versterkt. Een goed voorbeeld is de groene scheg die loopt van Spaarnwoude en de Brettenzone naar Westerpark. Het groen steekt helemaal tot het Haarlemmerplein de stad in. Als bewoner van de stad heb je het gevoel dat je snel ‘buiten’ bent. Dit is veel waard.

Een punt van zorg is het IJmeer. Deze ruimte zou open moeten blijven. Een brug is schadelijk voor de ecologische huishouding van het gebied en bovendien niet nodig. Intensivering van de verbinding via de Hollandse Brug biedt voldoende uitbreiding van capaciteit en anders is een tunnel onder het IJmeer te prefereren. De wens van Almere om een ‘tweede IJburg’ te bouwen slaat nergens op: in de polder is genoeg ruimte om woningen te bouwen en als men per se waterwoningen wil realiseren dan kan men waterlopen aanleggen die de polder ingaan.

Wat er nu gebeurt rond Almere belichaamt eigenlijk de grootste zorg: dat gemeenten buiten Amsterdam zich uitbreiden ten koste van groene en blauwe gebieden. Het is voor Amsterdam, en dus ook voor MCA lastig om op dergelijke ontwikkelingen te reageren zonder als ‘arrogante Amsterdammers’ terzijde te worden geschoven. Deze problematiek speelt bijvoorbeeld in de Haarlemmermeer waar sprake is van ernstige verrommeling. Langs de snelweg wil men een groot leisure centre aanleggen. Kun je zoiets niet beter in de stad doen, zodat mensen eerder gebruik maken van het openbaar vervoer. Bovendien is de groene ruimte in de Haarlemmermeer niet goed toegankelijk voor recreanten. Ook hier geldt dat mensen moeten weten dat de groene ruimte bestaat, voordat ze het kunnen waarderen en ervoor zullen vechten dat het behouden blijft.


Een ander punt waar MCA zich sterk voor maakt is het inzetten op duurzame mobiliteit. Omdat de auto zorgt voor een bepaalde levendigheid in het straatbeeld, is het niet wenselijk de auto’s helemaal uit de stad te weren. Het kan echter wel een stuk minder, vooral op grote winkelstraten waar de tram vaak moet wachten op parkerende auto’s en er meer ruimte mag komen voor voetgangers en fietsers. Om het autogebruik echt te kunnen terugdringen moeten wel goede alternatieven worden geboden.

Een derde speerpunt van de MCA is het streven naar een meer klimaatvriendelijke stad met een betere luchtkwaliteit. Er zou veel meer gedaan kunnen worden aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. De stad kan wat betreft energiehuishouding zelfvoorzienend worden. Het is dan ook belangrijk om te onderzoeken hoe het afval dat in de stad wordt geproduceerd, optimaal benut kan worden om weer energie van te maken en op welke plaatsen windmolens kunnen worden toegevoegd. Er zouden er meer in het havengebied kunnen staan, langs het Amsterdam Rijnkanaal en wellicht pal naast (nieuwe) hoogbouw in de stad. De windmolens moeten in ieder geval niet in Waterland of in het IJmeer terecht komen.

Een vierde aandachtsgebied is de Ruimtelijke Ordening. Hoe kan ook -of juist- op dit vlak gewerkt worden aan een klimaatbestendige stad? Hoe kun je op binnenstedelijke locaties duurzaam bouwen? Neem de plannen voor de tweede fase van IJburg. Daar wordt eerst gedacht aan de woningen en volgt later pas het besluit tot het doortrekken van de tramlijn. Terwijl het omgekeerde veel logischer is: eerst het openbaar vervoer goed regelen, dan pas bouwen. Dit moet ook op de IJ-oevers goed geregeld worden.

Alles op een rijtje zettend kan MCA zich prima vinden in het wensbeeld van de Metropoolregio Amsterdam. Volgens de nieuwe structuurvisie wordt gestreefd naar een groen gebied met daarin een netwerk van compacte steden dat perfect ontsloten is door openbaar vervoer. Meer duidelijkheid over hoe we tot een dergelijke groene en duurzame Metropoolregio komen, is echter wel wenselijk. Daar blijft de gemeente nog vaag over.

Klik voor een vergroting