Agnietenkapel


 
Oudezijds Voorburgwal 229 - 231
Amsterdam
Vredeman de Vries, verbouwing 1921 A.A. Kok, renovatie 2007 Braaksma & Roos
Universiteit van Amsterdam
> 1470
Cultuur, Onderwijs

De Agnietenkapel aan de Oudezijds Voorburgwal is een van de laatste restanten van de vele kloosters die Amsterdam in de Middeleeuwen rijk was.

Athenaeum Illustre
De Agnietenkapel werd oorspronkelijk gebouwd in 1470 als onderdeel van een groot vrouwenklooster. Zoals alle Amsterdamse kloosters kwam dit bij de Alteratie van 1578 (de overgang van Katholicisme naar Calvinisme) in handen van het stadsbestuur. In 1632 werd de kapel, na een verbouwing, in gebruik genomen door de voorloper van de universiteit, het Athenaeum Illustre. Aan de Oudezijds Voorburgwal werd de aaneengesloten bebouwing gesloopt om plaats te maken voor een binnenplaats en toegangspoortje. Zowel de voorgevel als de indeling van de kapel veranderde drastisch. Het hoge, gotische spitsboogvenster werd dichtgemetseld en ter hoogte van de eerste verdieping kwamen – ter verlichting van de grote gehoorzaal – twee nieuwe spitsboogvensters.
De eerste verdieping werd ingericht als grote collegezaal waar de hoogleraren dagelijks van negen tot elf uur in de ochtend hun colleges gaven. Toen de ruimte te klein werd, kreeg het gebouw een andere bestemming. Van 1864 tot 1919 waren er een lagere school en een bibliotheek in ondergebracht.

De Agnietenpoort
De bijzondere bak- en zandstenen poort die de toegang tot het binnenplaatsje van de kapel siert, werd in 1571 naar ontwerp van de architect Vredeman de Vries vervaardigd in renaissancistische stijl, met luchtig en sierlijk rolwerk. Oorspronkelijk sierde dit poortje de toegang van de Stadstimmertuin aan de Nieuwe Doelenstraat, tot het stadsbestuur besloot het te verplaatsen. Het jaartal op de poort werd veranderd van 1571 in 1631, het jaar waarin de verbouwing voor het Athenaeum Illustre werd voltooid. De poort is versierd met leeuwenmaskers, diamantkoppen en geometrische patronen. Bovenop de poort is het stadswapen van Amsterdam te zien en het jaartal 1631, geflankeerd door twee siervazen.

Grote restauratie
In 1921 werd de kapel opnieuw in gebruik genomen door de Amsterdamse Universiteit, waarop een grote verbouwing en restauratie volgde. De restauratie werd geleid door A.A. Kok, architect bij Publieke Werken. Zijn doel was om de historie weer zichtbaar te maken en eigentijds vormgegeven onderdelen toe te voegen. Op de zolder werd het oorspronkelijke karakter van de kapel teruggebracht, met inspringende wanden en houten bekapping. Elders voegde A.A. Kok verschillende elementen toe in de stijl van de Amsterdamse School. Het poortje kreeg een nieuw door A.A. Kok ontworpen smeedijzeren hekwerk.
Aansluitend op deze verbouwing werd op de zolderverdieping van het gebouw de historische verzameling van de universiteit ondergebracht. De andere vertrekken werden in gebruik genomen als collegezalen. Deze situatie heeft lang bestaan, maar op verschillende momenten kregen delen van de kapel nieuwe bestemmingen. De oudste collegezaal op de eerste verdieping doet sinds een verbouwing in 2007 dienst als conferentiecentrum van de UvA. De begane grond van de kapel werd al sinds 1988 door het Universiteitsmuseum gebruikt als tentoonstellingsruimte. (Arcam, Ismay Rentenaar)