Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw. 

Marthe Oosting schreef voor het vak Architectuur en Typologie over de architectuur van het paviljoen – een klein vrijstaand tentoonstellingsgebouw: het Van Eesteren Paviljoen.

Een ingetogen parel aan de Sloterplas
Aan de noordoever van de Sloterplas staat sinds november 2017 het Van Eesteren Paviljoen, de nieuwe thuishaven van het Van Eesteren Museum. Met de oplevering van dit rechthoekige houten gebouwtje, ontworpen door Korteknie Stuhlmacher Architecten, ging voor het museum een lang gekoesterde wens in vervulling: een zichtbare, unieke plek in het hart van de Westelijke Tuinsteden, gewijd aan het Algemeen Uitbreidingsplan en het gedachtegoed van stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren.

Van Eesteren Paviljoen, Korteknie Stuhlmacher Architecten. Foto Luuk Kramer.

Behoefte aan een nieuw gebouw
Het Van Eesteren Museum ging in 2007 van start als buitenmuseum, toen een deel van de Westelijke Tuinsteden als gemeentelijk beschermd stadsgezicht werd aangewezen. Drie jaar later ontstond er een bijbehorend informatiecentrum aan de Burgemeester de Vlugtlaan, van waaruit rondleidingen en andere activiteiten werden georganiseerd. Intussen is het museum uitgegroeid tot een populair platform in de buurt, waar het wonen en leven in de Amsterdamse Tuinsteden en de bijbehorende naoorlogse stedenbouw en architectuur centraal staan. Omdat het museum de focus bleef verbreden, ontstond de behoefte aan een nieuw gebouw. Het geld werd bij elkaar gesprokkeld via het Stimuleringsfonds voor de Volkshuisvesting, stadsdeel Nieuw-West, Stadgenoot, Stad in Balans en schenkingen van particulieren.

De boulevard van Amsterdam Nieuw-West
Het noord- westelijke puntje van de Sloterplas moest de nieuwe locatie worden, want precies op deze plek had Van Eesteren in het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp in de jaren 1930 al een paviljoen ingetekend. Hij had hier een café-restaurant, muziekgelegenheid en kiosken gepland. Aan de oostkant van de noordoever moest een uitzichttoren komen. De noordoever van de Sloterplas zou de boulevard van Amsterdam Nieuw-West worden, waar de Amsterdammer naar hartelust kon flaneren. Door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog kwamen de nieuwe wijken pas in de jaren vijftig tot stand, grotendeels naar de oorspronkelijke plannen, maar het paviljoen en de toren zijn toen niet gebouwd. Aan de oostoever werd aan het eind van de jaren zeventig een houten paviljoen neergezet (het deed dienst als café en wordt nu verbouwd) en sinds kort maakt het nieuwe Van Eesteren Paviljoen de noordoever van de Sloterplas dan toch nog af zoals Van Eesteren die ongeveer voor zich zag: als grootse promenade, met aan elk uiteinde een bouwwerk.

Eerste Plan voor de Tuinstad Slotermeer, het Sloterpark en de Sloterplas; 1939. Na de Tweede Wereldoorlog werd in 1952 een gewijzigd plan gemaakt. In de zwarte cirkel ligt het paviljoen dat Van Eesteren aan de westkant van de noordoever gepland had. Kaart: Dienst der Publieke Werken.

Parklandschap
Als je over de noordoever wandelt, kijk je naar het zuidoosten uit over de Sloterplas. Dit indrukwekkende uitzicht is verrassend weids voor een dichtbevolkte stad als Amsterdam. Bescheiden opgesteld, aan het westelijke uiteinde van de oever, staat het Van Eesteren Paviljoen, precies op het punt waar de woonwijk overloopt in het parklandschap rondom de plas. De bomen op dit driehoekige stukje grond zijn op een paar na allemaal gekapt. De wanden van het paviljoen bestaan voor het grootste gedeelte uit glas zodat je de weidsheid van het omringende landschap compleet kunt ervaren. Je kijkt dwars door het paviljoen heen naar de bomen aan de overkant.

Licht, lucht en ruimte
Het gebouwtje maakt een ingetogen indruk met zijn heldere, rechte lijnen en kleine formaat. De zwart gebeitste planken waarmee de gevels zijn bekleed, maken het geheel nog onopvallender: het omringende groen krijgt alle aandacht. De begane grond van het rechthoekige paviljoen wordt bekroond met een zware horizontale band, die aan de korte zijdes een stuk uitsteekt en zo aan elke kant een luifel vormt. De horizontaliteit van dit detail benadrukt het vlakke landschap. Deze moderne variant op het fries is rondom versierd met de titel “Van Eesteren Paviljoen”. Een kleinere tweede verdieping is eveneens rondom met glas ingevuld en doet dienst als lichtbeuk voor de centrale ruimte binnen. Het paviljoen richt alle aandacht op de ruimtelijke omgeving en sluit zo naadloos aan op de inhoud van het programma van het Van Eesteren Museum. Hier is de perfecte plek ontstaan om meer te weten te komen over Amsterdam Nieuw-West en de idealen van licht, lucht en ruimte die aan de architectuur en stedenbouw van dit deel van de stad ten grondslag liggen.

De hoge, centrale tentoonstellingsruimte met achterin het café. foto Luuk Kramer

Een open geheel
Van een afstandje lijkt het paviljoen alleen maar in dienst te willen staan van de buitenruimte, maar eenmaal binnen ontstaat er een andere ervaring. Zodra je onder de luifel doorgaat waar de onopvallende ingang verscholen ligt, voel je je geborgen. Plotseling maken de zwart gebeitste planken van het exterieur plaats voor de warme tinten van onbehandeld hout. De stevige staanders en liggers van de houten constructie omarmen een grote, centrale middenruimte, die naar boven en opzij verlengd wordt. Zo ontstaat er een suggestie van verschillende vertrekken binnen een open geheel. De vensters rondom laten vanaf alle kanten de zon en het uitzicht binnenkomen. Toch vloeit de ruimte niet weg naar buiten toe. De ramen worden omlijst door stevige, donkere kozijnen, diep verzonken in de gevel, die het landschap inkaderen. De dichte buitenhoeken houden het paviljoen visueel stevig op de grond. Hier wordt je beschermd tegen de regen en de wind terwijl tegelijk het stedelijke landschap en haar geschiedenis tentoon worden gesteld.

Opstand en plattegrond van het Van Eesteren Paviljoen. Het halletje rechts leidt naar het entreegebied met een kleine museumwinkel. Van hieruit loop je de verhoogde centrale ruimte in voor tentoonstellingen, debatten en dergelijke. Achterin ligt het café en aan de zijkant is er een lange vleugel voor de bibliotheek en de permanente tentoonstellingspanelen over Van Eesteren en zijn Algemeen Uitbreidingsplan. In de overgebleven hoeken zijn de toiletten en kantoren ondergebracht. Tekening Korteknie Stuhlmacher Architecten

Het paviljoen als type
Het Van Eesteren Museum droomde natuurlijk van een op zichzelf staand paviljoen omdat het historisch klopt: zo had Van Eesteren het voor zich gezien. Maar daarnaast is de keuze voor het paviljoen ook logisch omdat dit bij uitstek een type gebouw is dat gekenmerkt wordt door een sterke relatie met het omringende landschap. Architectuurhistoricus Barry Bergdoll zoekt de oorsprong van het paviljoen in Europa in de tuin. In de achttiende eeuw stond het paviljoen in het door de mens gemaakte landschap als een toevluchtsoord, een intieme plek die bescherming bood tegen de elementen en tegelijk onderdeel was van een avontuurlijke ontdekkingstocht van de omgeving. Hoewel de vormen van toen misschien niet overeenkomen met de vormentaal van het Van Eesteren Paviljoen, zijn de intimiteit, geborgenheid en de ontdekking van het landschap duidelijk terug te vinden in het hedendaagse paviljoen aan de Sloterplas.

Sverre Fehn, Noors paviljoen, 1958, Brussel. Foto via website Korteknie Stuhlmacher architecten

Tentoonstellingspaviljoens
Het benadrukken van het landschap en de bescherming tegen de elementen zijn natuurlijk niet de enige functies van het Van Eesteren Paviljoen. Het is vooral ook een plek voor tentoonstelling en kennisuitwisseling. Wat dat betreft valt het gebouw in te delen bij een type paviljoen dat vanaf het eind van de negentiende en gedurende de twintigste eeuw ontworpen werd voor de wereldtentoonstellingen. Deze vrijstaande, nationale tentoonstellingspaviljoens dienden als uithangbord voor de deelnemende landen en boden tegelijk, vanwege hun tijdelijkheid en vaak overzichtelijke omvang, de perfecte mogelijkheid voor architectonisch experiment.

Binnenstebuiten
Korteknie Stuhlmacher Architecten hebben zich naar eigen zeggen vooral laten inspireren door Scandinavische (paviljoen)architectuur uit de jaren 1950 en ’60, de periode waarin Amsterdam Nieuw-West werd gebouwd. Er zijn inderdaad duidelijk elementen terug te vinden van bijvoorbeeld het Noorse paviljoen uit 1958, ontworpen door Sverre Fehn. De vergelijkbare houten draagconstructie van brede balken en de stevige houten kozijnen geven het gebouw zwaarte en warmte. Tegelijk is er binnen een grote, open ruimte met veel licht van zowel opzij als van boven. Dit zien we bij het Van Eesteren Paviljoen terug, maar er is ook een belangrijk verschil met deze inspiratiebron. Het Noorse paviljoen speelt met de grens tussen binnen en buiten. De muren, vloeren en plafonds steken op verschillende plekken uit en in de centrale ruimte. Glazen wanden zijn opengeschoven en een doorlopend terras leidt de bezoeker trapsgewijs naar boven en naar binnen. Binnen en buiten vloeien continu in elkaar over in een asymmetrische compositie.

Mies van der Rohe
Dit spel tussen open en gesloten, binnen en buiten, verbergen en onthullen is waar het oorspronkelijke paviljoen over gaat, aldus Bergdoll. Volgens hem was het Mies van der Rohe, die met zijn Barcelona Paviljoen deze oorsprong in 1929 herintroduceerde. Deze vorm van ruimtelijk experiment zien we ook in Nederland terug, bijvoorbeeld in het Sonsbeek Paviljoen van Gerrit Rietveld (1954). Ook hij maakt een asymmetrische compositie van vlakken en staanders waarin de grens tussen binnen en buiten bevraagd en vervaagd wordt.

Soberheid en doelmatigheid
Bij het Van Eesteren Paviljoen is de grens tussen binnen en buiten juist kraakhelder. Er is een sterke relatie tussen beiden, zoals kenmerkend voor een paviljoen, maar het Van Eesteren Museum sluit niet aan bij een verlangen naar baanbrekend ruimtelijk experiment, zoals de nationale tentoonstellingspaviljoens zo graag doen. Niet het experiment, maar eerder een ingetogen functionaliteit staat hier centraal. Soberheid en doelmatigheid waren de belangrijkste richtlijnen voor de wederopbouwperiode en daar moest het Van Eesteren Paviljoen bij aansluiten. Ten slotte is het Van Eesteren Paviljoen ook geen tijdelijk probeersel, wat de meeste kleinschalige paviljoens tegenwoordig wel zijn (denk aan de serpentine pavilions). Het paviljoen voor Van Eesteren is daarentegen gebouwd op duurzaamheid en is ook nog eens sterk plaatsgebonden. Het hoort aan de Sloterplas in Amsterdam Nieuw West. Het is ontworpen om daar te blijven. En dat verdient het ook.

Marthe Oosting
April 2019


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980

Nieuws

Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar...

Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970

Nieuws

Past het moderne grachtenpand van Abel Cahen in de bestaande stad?

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...