Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede- en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw.

In het vak Reparatie en Imitatie daagt Gabri van Tussenbroek zijn studenten uit te schrijven over de inpassing van recente gebouwen in de bestaande stad. Marthe Oosting beschrijft hoe een dissonant uit de jaren 80 zich tot de historische grachtengordel verhoudt.

Het brutaalste hoekpand van de Keizersgracht
“Verdeelde meningen en onenigheid over het meest eigentijdse stukje architectuur binnen de grachtengordel van de afgelopen jaren,” schrijft Egbert Koster in De Architect van oktober 1980. Hij bespreekt het pand op de hoek van de Keizersgracht en de Huidenstraat, middenin de Amsterdamse binnenstad en noemt het terecht een “dissonant”. Ondanks de kritiek van toen, is dit moderne hoekje aan de Keizersgracht behouden. Het voormalige kantoorpand staat nog altijd doelbewust anders te zijn tussen zijn ouderwetse buren. Toch lijken de schaal en de ritmering van het gebouw zich te schikken in de geschiedenis. Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar zich verder volledig afzet tegen de vorige generaties. En dat afzetten, dat wekt altijd ergens weerstand op.

De negen straatjes
Het is ook niet zomaar een geschiedenis waar dit nieuwe gebouw zich toe dient te verhouden. De Amsterdamse grachtengordel, inmiddels aangewezen als UNESCO werelderfgoedgebied, wordt door Amsterdam-kenner Fred Feddes omschreven als “het pronkstuk van de Amsterdamse stedenbouw.” Het noordelijke deel van de grachtengordel werd aan het begin van de zeventiende eeuw aangelegd als onderdeel van de derde uitleg van Amsterdam. De Herengracht, Keizergracht en Prinsengracht werden uitgegraven tot aan ongeveer de Leidsegracht en de oevers vulden zich met luxe woonhuizen. Onze moderne toevoeging van 1980 ligt in het gebied dat we nu de negen straatjes noemen. De huidige straatnamen (Huidenstraat, Wolvenstraat, Looiersgracht, etc.) verwijzen nog naar de leerindustrie, die zich rond de zeventiende eeuw in dit deel van de stad vestigde.

Explosie en brand
De vroegste bebouwing op de hoek van de Huidenstraat en de Keizersgracht stamt uit de tijd van die derde stadsuitleg. Op het perceel van het huidige hoekpand stonden ooit acht afzonderlijke huizen: nummers 27–35 in de Huidenstraat (nummer 35 was het hoekpand) en nummers 359–363 aan de Keizersgracht. De eerste grote veranderingen in de oorspronkelijke architectuur op de hoek van de Huidenstraat werden veroorzaakt door een ongeluk. Op woensdag 23 maart 1892 vond een enorme explosie plaats in de drogistwinkel op nummer 33. Tijdens het opruimen van een gesprongen fles benzine kwam de vrouw van de drogist te dichtbij met haar lamp. Een heftige ontploffing was het gevolg: alle ruiten in de Huidenstraat sprongen kapot en er brak een felle brand uit. De winkel, het aangrenzende meubelmagazijn op nummer 31 en de tabakswinkel op de hoek werden verwoest. Zes mensen kwamen om het leven, twaalf personen raakten gewond.

Bouwen en slopen
De leeggekomen percelen werden vrijwel meteen opnieuw bebouwd. De tabakswinkel kwam terug met een aantal extra bouwlagen erboven en ook de twee woonhuizen die op nummers 31 en 33 kwamen te staan, waren een stuk hoger dan de vroegere bebouwing. De panden op Huidenstraat 27 en 29, die de brand hadden overleefd, werden in de opeenvolgende decennia opgeknapt en veranderd. Halverwege de jaren 1950 werden ze uiteindelijk gesloopt vanwege bouwvalligheid. Een paar jaar later werd om dezelfde reden ook besloten nummer 31 en 33 te slopen. De tabakswinkel op de hoek werd in 1967 afgebroken, waarna het leeggekomen stuk grond nog ruim tien jaar braak bleef liggen.


Achterstallig onderhoud
De panden aan de Keizersgracht ondergingen een vergelijkbaar lot. Het oorspronkelijke zeventiende-eeuwse woonhuis op nummer 359 lag het dichtste bij de Huidenstraat en liep tijdens de brand in 1892 schade op. Het werd in 1896 vervangen door een nieuwpand, dat uiteindelijk vanwege verzakkingen in 1967 werd gesloopt. De oorspronkelijke panden aan Keizersgracht 361 en 363 waren in 1623 opgetrokken voor steenkoper H. Cromhout. Beide huizen werden in de vroege achttiende eeuw vernieuwd en gedurende de twintigste eeuw nog aangepast, maar ook hier werd achterstallig onderhoud de panden in 1967 fataal. Alleen bij nummer 361 zorgde de sloopaanvraag voor moeilijkheden, aangezien het pand in 1936 was aangewezen als beschermenswaardig pand. Uiteindelijk kwam de vergunning er toch.


Nieuwbouw met zichtbare betonnen draagconstructie
Na de sloopwerkzaamheden in 1967 lag er op de hoek van de Keizersgracht en de Huidenstraat een vrij groot perceel braak. Een aantal keer werd de grond doorverkocht, maar pas toen het gebied in handen kwam van verzekeringsmaatschappij Providentia, kwam het ontwerp van het uiteindelijk gebouwde pand tot stand . Providentia had de aangrenzende panden op de Keizersgracht al sinds 1965 in gebruik als kantoor. Het bedrijf had het pand op nummers 365–367, inmiddels een rijksmonument, in de jaren zeventig laten renoveren door Architectenbureau De Klerk. De oorspronkelijke nummers 369–377 waren al in 1938 afgebroken en hadden plaatsgemaakt voor een groot, nieuw kantoor van de Algemeene Nederlandsch-Indische Electriciteits-Maatschappij, nu een gemeentelijk monument. Het nieuwe hoekpand moest op deze bestaande gebouwen aansluiten. Van binnen waren de kantoren in het nieuwe ontwerp inderdaad verbonden, maar aan de buitenkant is de verbondenheid ver te zoeken. Providentia huurde halverwege de jaren zeventig opnieuw Architectenbureau De Klerk in, nu voor nieuwbouw. Architect en stedenbouwkundige Marinus Oostenbrink, in dienst bij De Klerk, maakte een opvallend ontwerp, dat niet misstaat bij de structuralistische gebouwen die zijn collega’s Theo Bosch en Aldo van Eyck in dezelfde periode neerzetten in Amsterdam. Vooral in het materiaalgebruik, de zichtbare draagconstructie en de ritmisch opengewerkte gevel toont het kantoorpand meer verwantschap met zijn tijdgenoten dan met de architectuur in de directe omgeving. Ook tussen de andere projecten van De Klerk, die vaak in baksteen werkte, is het een vreemde eend in de bijt. In de jaren negentig werd het pand omgebouwd naar zijn huidige functie: woningen en een winkelruimte op de begane grond.


Ritmisch opengewerkte gevel
Beide gevels van het nieuwe hoekpand zijn aanzienlijk breder dan de gevels van de zeventiende-eeuwse grachtenpanden. Aan de Keizersgracht wordt de gevel door de zichtbare betonnen draagstructuur verticaal onderverdeeld in vier smalle en drie brede traveeën, allemaal ingevuld met glas. De I-vormige kopse kanten van de liggers geven de gevel een speelse detaillering. In de Huidenstraat is een vergelijkbaar ritme aangebracht. Hier en daar springt de gevel in, wat het strakke geraamte enigszins doorbreekt. Bijna het hele gebouw is in een witte tint geschilderd. Alleen de kozijnen op de verdiepingen hebben een lichtgele kleur.


Voorzichtige aansluiting bij de omgeving
Met zijn lichte kleuren steekt het nieuwe gebouw sterk af tegen zijn omgeving. Vooral in de aansluitingen met de bestaande buurpanden zorgt het verschil in materiaal en kleur voor een nadrukkelijke breuk. De witte betonnen drempel, die rondom het gehele gebouw loopt, maakt ook op straatniveau de overgang van het trottoir naar nieuwbouw nogal abrupt. Toch probeert dit moderne gebouw ook voorzichtig aansluiting te zoeken met het verleden. De verticaliteit en de onderverdeling van de brede gevel in smallere traveeën zijn geïnspireerd op de historische omgeving. Ook de hoogte is aangepast aan de bestaande bouw: de hogere gevel aan de Keizersgracht wordt trapsgewijs verlaagd naar het niveau van de Huidenstraat. Toch zal het iedere voorbijganger opvallen dat dit gebouw niet uit dezelfde tijd stamt als het grootste gedeelte van zijn buren. De traditionele opbouw van het Amsterdamse huis met pui, verdiepingen en dak, wordt radicaal doorbroken. Het pand verwijst eerder naar de negentiende-eeuwse cityvorming, waarbij het woonhuis in de binnenstad plaats maakte voor grootschalige kantoren en magazijnen. Het rijtje kantoren van Providentia is een goed voorbeeld van deze ontwikkeling.

De jaren tachtig zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan
In tegenstelling tot nieuwe of gerestaureerde grachtenpanden, die zich moeiteloos tussen hun zeventiende- en achttiende-eeuwse voorgangers voegen, is het hoekje van Oostenbrink niet bang om gezien te worden. Het schreeuwt 1980, maar overschreeuwt zijn directe buren niet. Het laat eerder de veerkracht van de grachtengordel zien: zelfs dit witte, glazen blok doet niets af aan de aantrekkelijkheid van het geheel. Zoals ook Feddes concludeert: het gebouw wordt “na verloop van tijd een onderdeel van het historische palet.” Het brutaalste hoekpand aan de Keizersgracht brengt juist wat sprankeling in het geheel en herinnert ons eraan dat onze zeventiende-eeuwse grachtengordel óók de jaren tachtig heeft meegemaakt.

Marthe Oosting

Literatuur

Feddes, Fred. 1000 jaar Amsterdam: Ruimtelijke geschiedenis van een wonderbaarlijke stad. Bussum: Uitgeverij TOTH, 2019, zesde druk.

Koster, Egbert. “Kantoorpand aan de Keizersgracht geen prothese maar nieuw skelet.” De Architect 11 (oktober 1980), 45–49.

Nationaal Brandweer Documentatiecentrum. “Kroniek van branden in Amsterdam.” Geraadpleegd op 31 mei 2019. nationaalbrandweerdocumentatiecentrum.nl/wp-content/uploads/2015/01/Kroniek-van-branden-in-Amsterdam-1874-1998.pdf.

Van Houten, E. Grachtenboek naar de oorspronkelijke tekeningen van Caspar Philips Jacobszoon te Amsterdam +/- 1767, geschied-bouwkundige beschrijvingen door E. van Houten. Amsterdam: Stadsdrukkerij van Amsterdam, 1962.


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970

Nieuws

Past het moderne grachtenpand van Abel Cahen in de bestaande stad?

Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...