Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede- en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw.

In het vak Reparatie en Imitatie daagt Gabri van Tussenbroek zijn studenten uit te schrijven over de inpassing van recente gebouwen in de bestaande stad. Thom van Neck ontdekt in Zuid dat architectuur kan vernieuwen met respect voor het bestaande.

Nieuwbouw in Plan Zuid van Berlage
Sinds 1 april 2018 is Plan Zuid van Berlage officieel (rijks-)beschermd stadsgezicht. Het Rijk kwam tot dit besluit omdat Plan Zuid goed laat zien “hoe vooruitstrevend de opvattingen van stadsbestuur en architecten begin twintigste eeuw waren in de stadsontwikkeling en volkshuisvesting van Amsterdam en Nederland”. Iedereen die zich wel eens door Plan Zuid heeft bewogen, zal zich in deze uitspraak kunnen vinden. Bijna honderd jaar na dato is het stadsplan en zijn architectuur nog steeds indrukwekkend en betoverend. Daarnaast vormde Plan Zuid destijds het nieuwe front van de stad Amsterdam, dat kort daarvoor delen van gemeentes als Nieuwer-Amstel had overgenomen en zo een grootschalige stadsuitbreiding mogelijk maakte. Dit stukje geschiedenis van Amsterdam, van een stad die groeit en zich ontfermt over haar burgers, is letterlijk terug te zien in de hoeveelheid pleinen, sociale huurwoningen en publieke gebouwen. De gebouwen rond het Meerhuizenplein, dat tussen het Amstelkanaal en de Vrijheidslaan in de Rivierenbuurt ligt, maken ook deel uit van het beschermde stadsgezicht. De bebouwing die er tegenwoordig staat is echter lang niet zo oud als Plan Zuid zelf en pas in 2002 opgeleverd.

Het Meerhuizenplein van de vorige eeuw
Eind vorige eeuw besloot de gemeente dat een deel van de panden van Plan Zuid aan renovatie toe was, waaronder ook het door Michel de Klerk ontworpen pand aan het Meerhuizenplein, op de hoek van de Kromme Mijdrecht- en Uithoornstraat. De Klerk speelde een belangrijke rol bij het realiseren van Plan Zuid en ontwierp onder andere woningcomplex De Dageraad. Andere panden, zoals de panden aan weerszijde van de lange kanten van het Meerhuizenplein werden juist gesloopt. Renovatie was niet kostenefficiënt en nieuwbouw zou er daarnaast voor zorgen dat aan alle moderne (woon)eisen zou worden voldaan. In 1996 startte DOK Architecten met het ontwerpen van de toekomstige invulling van het gebied. Hoewel Plan Zuid gedurende deze periode nog niet de status van beschermd stadsgezicht genoot, moet architecte Liesbeth van der Pol zich bewust zijn geweest van de unieke aard van de opdracht.

Bijzondere gebouwen
Het plein vormt het kloppende hart van een buurt die zich kenmerkt door gebouwen gemaakt in de stijl van de Amsterdamse School. Aan weerszijden van de korte zijdes van het plein bevinden zich de voormalige Berlageschool en het zojuist genoemde woningcomplex van Michel de Klerk. De bebouwing in de Holendrechtstraat, die door een poort over de Meerhuizenstraat ook vanaf het Meerhuizenplein zelf zichtbaar is, werd ontworpen door Margaret Staal-Kropholler; net als de Klerk van groot belang voor de invulling van Plan Zuid en daarnaast Nederlands eerste vrouwelijke architect. Al deze gebouwen kenmerken zich door de Amsterdamse School, hoewel elk op een eigen manier. De Berlageschool is het meest statig van de drie, een symmetrisch schoolgebouw met een geaccentueerd middendeel met een uurwerk in de gevel en subtiele rondingen in het gevelreliëf. Bij het gebouw van de Klerk aan de overzijde, dat via de Kromme Mijdrechtstraat doorbuigt naar de Vrijheidslaan, wordt zowel in de vorm van het gebouw als in het gevelreliëf al meer met rondingen gespeeld en is daarnaast meer aandacht voor decoraties. In de Holendrechtstraat tenslotte zie je een combinatie van beide, waarbij in een deel van de straat de gevel vlak en repeterend is, terwijl het andere deel rijkelijk gedecoreerd is doormiddel van verschillende patronen in het metselverband, decoraties op de gevelwand, een achter kiezelsteen verscholen betonlaag en opnieuw de aanwezigheid van rondingen. Alle gebouwen kenmerken zich daarnaast door ramen met een grote hoeveelheid roedes in de vensters, met het laddervenster in de Holendrechtstraat en de volledig van glas en roeden gemaakte rondingen in het pand van de Klerk als mooiste voorbeelden.

Opgaan in de omgeving
De gebouwen die werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw voegden zich goed bij deze omliggende gebouwen, maar konden zich er niet mee meten. Het waren simpelere appartementen zonder rijkelijk versierde gevels en vooral functioneel van aard. Een hoekbalkon en schoorsteen zorgden nog voor enig reliëf in de gevelwand maar de stenen, bijna middeleeuws lijkende muurtjes die de voortuinen van de straat scheidden, zorgden er mede voor dat deze woonblokken niet eenzelfde uitwerking kregen als je zojuist besproken panden.
De nieuwbouw van Van der Pol zou zich in zekere zin dus moeten vormen en schikken naar de omgeving die daar al jaren stond. Gebouwen in hun omgeving op laten gaan is echter niet iets wat Van der Pol graag doet; ze wil haar gebouw een persoonlijkheid meegeven en zorgen dat deze over een “fiere, zelfbewuste houding” beschikken. Net als de architectuur van Plan Zuid zouden deze nieuwe panden een eigen karakter moeten hebben.

Hoe geef je een pand karakter?
Dit kan door het imposant en kleurrijk te maken en laten afzetten tegen de omgeving, zoals Van der Pols Rooie Donders aan de rand van Almere. Een pand kan zich ook uitdrukken aan de hand van herkenbare vormen, die de omgeving juist eigen zijn. Van der Pols eerste pand aan de Pieter Vlamingstraat accentueert bijvoorbeeld de hoek van de straat en laat vervolgens dit accent een deel van het karakter van het pand vormen. Wiskundige vormen, geometrie en symmetrie spelen ook een belangrijke rol in Van der Pols panden, met de appartementen in Twiske-West als mooiste voorbeelden. De hal van de appartementencomplexen worden gekenmerkt door een sterke regelmaat, waarbij schuin geplaatste houten balken samen een hexagon vormen waardoor het zonlicht naar binnen valt. Een pand een karakter geven is essentieel, hoe dit karakter tot stand komt kan echter verschillen. Deze verschillende manieren van karaktervorming zorgen ervoor dat een duidelijke onderlinge signatuur in Van der Pols oeuvre ontbreekt. In haar voorbereidende werk heeft Van der Pol kunnen zien dat panden die zich niet genoeg voegen bij de bestaande gebouwen maar tegelijkertijd ook niet experimenteren en in materiaalkeuze bovendien te eentonig zijn, zoals een nieuwbouwproject uit medio jaren ’80 aan de Borssenburgplein, gedoemd zijn te falen in een omgeving van hooggewaardeerde panden van de Amsterdamse School. Een belangrijk aspect van het karakter van de nieuwbouw aan het Meerhuizenplein is daarom het spelen met kenmerken van de Amsterdamse School, maar tegelijkertijd ook durven te vernieuwen en moderniseren binnen het straatbeeld.

Oud en nieuw komen elkaar tegen in vorm en materiaal
Dat Van der Pol zich heeft laten inspireren door de Amsterdamse School valt meteen op als je het plein betreedt, bijvoorbeeld in het verschil in kleur steen, waarbij de plint donker is uitgevoerd en daarboven voor een lichtere, gele steen is gekozen. Hetzelfde kleurenpatroon is kenmerkend voor de wijk, en dus koos Van der Pol ervoor deze keuze over te nemen. Daar waar het kleurenpatroon de bebouwing verticaal in tweeën deelt, doet de hoeveelheid glas dit horizontaal. Binnen het venster is er net als in de gebouwen van Staal-Kropholler en De Klerk veel ruimte voor felwitte roedes die de vlakverdeling bepalen. Zelfs de betonlagen die de verschillende verdiepingen scheiden, werden wit geverfd en vormen zo een onderdeel van het geheel. Het reliëf van de gevel doet denken aan de Amsterdamse School in het algemeen en het gebouw de Dageraad in het bijzonder, waarbij ook rondingen symmetrisch van binnen naar buiten vloeien en het pand laten bewegen. Op de plekken waar “oud en nieuw” elkaar tegenkomen, bijvoorbeeld in de Meerhuizenstraat, zijn de overeenkomsten het duidelijkst. Juist op de plek waar de panden tegen elkaar schuren, kiest Van de Pol ervoor om opnieuw met reliëf te spelen, om het overgangspunt op die manier een decoratie in de gevelwand te maken. Maar ook in de kleinste details is met de Amsterdamse School in het achterhoofd gehandeld, bijvoorbeeld bij de keuze van de voordeuren die het roedenpatroon van de ramen doorzetten, of in de huisnummers in de typografie van de Amsterdamse School.

Vernieuwen zonder verstoren
Tegelijkertijd voegt Van der Pol met haar panden ook wat toe aan de omgeving en hebben de gebouwen het door haar gewenste eigen karakter. De zojuist genoemde ramen die de gevel horizontaal verdelen zijn het meest in het oog springende voorbeeld van het moderne karakter van de panden. De aaneengesloten ramen vormen een imposant geheel, dat versterkt wordt door het contrast dat zij vormen met de blinde muren die hen omringen. Hoewel deze blinde muren rondingen hebben die aan De Dageraad doen denken, hebben deze rondingen in de panden van Van der Pol een afgevlakte vorm, waardoor het speelde karakter van een pand als De Dageraad of dat van Staal-Kropholler niet is overgenomen. De panden van Van der Pol zijn harder, en staan daardoor in zekere zin ook los van de omliggende bebouwing; de moderniteit van het pand kan niet worden ontkend. Dit kan gebeuren door de simpelste dingen, bijvoorbeeld doordat de ramen niet naar buiten of binnen openen, maar horizontaal over elkaar schuiven. Het moderne leven is ook zichtbaar in de ruime woonkamers, die door de vele schuine muren automatisch onconventioneel ingericht moeten worden.

Van der Pol weet dat je als architect het gevaar en de grens moet opzoeken. Het is een cliché, maar alleen wanneer we van het veilige pad afstappen, ontstaat creativiteit. Het is prijzenswaardig hoe Van der Pol tijdens dit vernieuwen ook weet te behouden, en kan vernieuwen zonder te verstoren.

Thom van Neck, zomer 2019

Literatuurlijst
– Pol, Liesbeth van der, Liesbeth van der Pol / met essays van Eelco Beukers en Geert Bekaert (Rotterdam 2002)

– Frank, Suzanne S., Michel de Klerk 1884-1923: An Architect of the Amsterdam School (Ann Arbor, 1970)

– Derwig, Jan en Eric Mattie, Amsterdamse School (Amsterdam 1991)


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980

Nieuws

Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar...

Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970

Nieuws

Past het moderne grachtenpand van Abel Cahen in de bestaande stad?

Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...