Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede- en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw.

In het vak Reparatie en Imitatie daagt Gabri van Tussenbroek zijn studenten uit te schrijven over de inpassing van recente gebouwen in de bestaande stad. Tijmen Kuyper sluit deze serie af en met een kritisch essay over de nieuwbouw op het Mosplein in Noord.

Iconische tuindorpen Amsterdam Noord krijgen inwisselbare woonwinkelkubus
Op het voorheen winderige Mosveld in Noord is een onaanstootgevend woon-winkelcentrum gebouwd. Het weinig inspirerende complex onderscheidt zich met twee in het oog springende torens. Sinds de jaren twintig van de vorige eeuw is het Mosveld een markt, parkeerplaats en voetbalstadion geweest. In 2014 was het nog een betonnen vlakte die elke vrijdag en zaterdag werd gevuld door de markt en haar levendige Noordse charme. Sinds 2016 staat er een woon-winkelcentrum. De markt is na bijna een eeuw op het Mosveld onder luid protest verhuisd naar de nabijgelegen Van der Pekstraat waar veel bomen werden gekapt om plaats te maken voor de handel. Het Mosveld is nu een goed functionerend woon-winkelcentrum met 18 winkelruimtes, twee supermarkten, 53 vrije markt huurappartementen en 140 parkeerplaatsen.

Verwijzing naar de Amsterdamse School
Architectenbureau SeARCH kreeg de opdracht voor het project en liet zich inspireren door de Amsterdamse School. Voor de bouw werden bruine bakstenen met een paarse tint gebruikt voor een warme uitstraling. Ze zijn op drie plekken van het grote complex op speelse wijze toegepast. Bij het parkeerdek, aangesloten op de Johan van Hasseltweg, is met bakstenen “Mosveld” geschreven. Als men onder deze poort doorloopt en de trap of het rolpad afdaalt naar het polderniveau, komt men uit bij de voorzijde van het Mosveld. Hier is het balkon van één van de appartementen rond afgewerkt als verwijzing naar de Amsterdamse School. De rest van de 200 meter lange façade is plat en gevuld met verticale ramen en loggia’s. De onderste verdieping bestaat uit glazen winkelpuien, daarbovenop twee of drie woonlagen. Een kap ontbreekt. Halverwege het gebouw zit een subtiele knik die ervoor zorgt dat het complex minder ‘plat’ aanvoelt.



Torens als verbinding
Aan de westzijde van het hoofdgebouw, tussen de geknikte torens, ligt het Mosplein. Dit plein doet vooral dienst als fietssnelweg die de Van der Pekbuurt en de rest van Noord met elkaar verbindt. Aan de overkant van het plein staat het kleinere onderdeel van het complex met de hogere toren. In de gebogen torens zitten lampen die ’s avonds het Mosplein verlichten. Volgens de architecten zijn deze torens een ‘knipoog naar het industriële verleden van Amsterdam Noord’. Een merkwaardige historische verwijzing, aangezien op deze plek nooit industriële activiteit heeft plaatsgevonden.
Wel heeft het Mosveld een interessante historie die ertoe leidde dat er in het begin van de eenentwintigste eeuw zo dicht bij Amsterdam Centraal nog zo’n groot terrein beschikbaar was voor moderne bebouwing. Tot 1820 was er op de plaats van het Mosveld nog geen land. Dit onderdeel van het IJ werd toen pas ingepolderd met baggerspecie die vrijkwam bij het verdiepen van de vaargeul van het IJ. Zo’n honderd jaar later groeide de stad naar de overkant van het IJ. De Buiksloterhampolder werd omgetoverd van drassig gebied tot het toneel van de Bloemenbuurten. Inmiddels iconische tuindorpen, zoals de Van der Pekbuurt, Gentiaanbuurt en Volenwijck, vulden de voorheen lege polder. De tuindorpen zijn ontworpen door vele verschillende architecten en geïnspireerd door de Amsterdamse School, alhoewel soms een sobere variant.

Het kanaal dat nooit werd afgemaakt
Eén brede strook land bleef onbebouwd en werd niet opgenomen in het ensemble van de tuindorpen. Hier zou een kanaal komen, aldus de plannen van civiel ingenieur Johan van Hasselt in 1907. Het kanaal zou de bocht van het IJ moeten afsnijden en zo de oostelijke havens beter bereikbaar maken. Vanaf het oosten en westen werd het kanaal al aangelegd, maar het werd nooit afgemaakt. De grond van het middelste deel van het beoogde kanaal was in handen van het Rijk. De gemeente ging er vanuit dat het Rijk zou meewerken en voor veel geld de Willem-I-sluis zou verplaatsen. Het Rijk dacht daar anders over. Tot de jaren dertig bleef de strook grond onbebouwd in de hoop het kanaal nog te realiseren. Totdat duidelijk werd dat het kanaal niet breed genoeg zou zijn voor de inmiddels te grote zeeschepen.
Vanaf 1927 was het Mosveld voor een groot deel het terrein van de Volewijckers. De voetbalclub speelde jarenlang op landelijk niveau en speelde in een stadion waar tot 15.000 mensen het elftal van de Volewijckers konden aanmoedigen. In 1944 werd de club landskampioen, ondanks de oorlog en de frequente bombardementen op de wijk. Op het toenmalige Mosplein waar nu het NH-hotel staat, stond de markt.

De komst van de auto
In de jaren zestig werd overal in Amsterdam ruimte gemaakt voor de auto. Zo geschiedde ook in Amsterdam Noord. De IJtunnel werd gegraven en daarop aansluitend werd de verhoogde Johan Van Hasseltweg aangelegd. In de volksmond werd deze weg al snel de bult genoemd. Op de oude plek van de markt werd een ziekenhuis gebouwd. De Volewijckers fuseerderden met andere voetbalclubs en twee decennia nadat zij landskampioen werden, verdwenen ze. De markt verhuisde naar de strook grond die de bouwers van de bult ten zuiden overlieten van het Mosveld. De overige ruimtes werden parkeerplekken.
Bijna veertig jaar lang veranderde er niet veel op het Mosveld. De lege betonnen vlakte werd twee keer per week gevuld met de markt en de auto’s bleven dankbaar gebruik maken van de bult. De aangeplante boompjes werden volwassen, het ziekenhuis werd een hotel en een paar parkeerplekken moesten plaats maken voor een tijdelijk Albert Heijngebouw. Ook al bleek Oud-Noord stil te staan in de tijd, Amsterdam veranderde wel snel. De stad werd populairder dan ooit, de Noord/Zuidlijn werd gebouwd en de massaal naar de stad trekkende yuppen en expats wonen maar al te graag in een bakstenen huis in een etnisch gemixte wijk. Een eeuw lang werd neergekeken op Amsterdam Noord en de Noordelingen. Vrij plotseling is het nu een gewilde wijk die niet ontkomt aan modernisering en verdichting.

De woonwinkelkubus vervangt het hart van de tuindorpen
Onder het mom van modernisering en verdichting moesten er op het Mosveld winkels komen en vrije huur appartementen. Een woonwinkelcentrum met veel gratis parkeerplekken is het resultaat. Een paar subtiele verwijzingen naar de Amsterdamse School ten spijt, is er weinig aansluiting op de specifiek omringende tuindorpen. In de toelichting bij het Bestemmingsplan Mosveld worden de resultaten van het cultuurhistorisch onderzoek naar het Mosveld vermeld:
“De architectuur aan weerszijden van het Mosveld is bebouwd met uit baksteen opgetrokken seriematige gesloten bouwblokken. De blokken bestaan uit twee lagen met een kap, waarvan de nokken overwegend evenwijdig op de straat zijn georiënteerd. Op enkele plaatsen is dit drie lagen met kap, ter accentuering van de stedenbouwkundige structuur of ruimte. Vanuit datzelfde idee zijn er ook als accent of als ritmisch element nokpartijen haaks op de straat geplaatst.”
Duidelijk is dus dat voor de omliggende tuindorpen de kap een belangrijk architectonisch element is. Dit wordt echter niet doorgetrokken in het nieuwe woonwinkelcentrum, dat er onthoofd bij staat. Alhoewel er heus geprobeerd is, met de ongetwijfeld beperkte middelen, iets met de historische context te doen, had dit project meer potentie. Vergeleken met de oude bebouwing komt de kubusarchitectuur ongeïnspireerd over. De straathoeken zijn beeldbepalend als men aan komt lopen vanuit de nieuwe Noord/Zuidlijnhalte. Afgaande op de huidige situatie zou je niet zeggen dat de architecten van de nieuwbouw wisten dat deze plek een belangrijke toegang zou worden voor dit stadsdeel.

In deze eigenwijze buurt aan de overkant van het IJ heeft de drukbezochte Mosveldmarkt plaats gemaakt voor een woonwinkelcentrum. Een prima, goed functionerend bouwwerk. Hetzelfde kan worden gezegd over de Johan van Hasseltweg uit de jaren zestig. Het woonwinkelcentrum is mijns inziens niet echt mooi, meestal onopvallend en op bovengenoemde belangrijke straathoek zelfs lelijk. Het complex negeert de boeiende historie van de plek en draagt bij aan het verder in de vergetelheid raken van de voetballende Volewijckers. De Amsterdamse Schoolelementen met torens, tekst uit bakstenen en het ene ronde balkon passen beter in het Amsterdam Zuid van Berlage dan in de tuindorpen van Noord. En die torens, die een knipoog zijn naar het industriële verleden van Noord, vind ik maar vergezocht, aangezien grote delen van Noord nog steeds vol industrie staan en juist deze specifieke plek altijd het civiele hart van de rustige tuindorpen was.
Toen ik mijn onderbuurvrouw, die al lang in een zijstraat van het Mosveld woont, vroeg wat ze van het nieuwe complex vond, vertelde ze mij dat de markt gezelliger was en dat ze hier vooral was komen wonen voor de rust die ze hier vroeger altijd zo fijn vond. Helaas voor haar wordt de buurt nu gerenoveerd, het huis boven haar straks overgeleverd aan de vrije markt en is de voorheen rustige straat nu een dagelijks komen en gaan van winkelaars.
Iedereen onderweg naar de goed functionerende woonwinkelkubus “Het Mosveld”!

Tijmen Kuyper, zomer 2019

Bronnen

Bureau Monumenten & Archeologie. (2003). De Noordelijke IJ-oever. Amsterdam: Stadsdeel Amsterdam-Noord.

Collectie Atlas Kok. (1918). Amsterdam Overzijde van het IJ met ontworpen bebouwing.

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie. (2013, Mei). Archeologisch Bureauonderzoek Plangebied Mosveld en Van der Pekstraat Stadsdeel Noord.

SeARCH Architecture and Urban Planning. (2016). Mosveld Commercial and residential development Amsterdam NL 13-16.


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980

Nieuws

Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar...

Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970

Nieuws

Past het moderne grachtenpand van Abel Cahen in de bestaande stad?

Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...