Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede- en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw. 

In het vak Reparatie en Imitatie daagt Gabri van Tussenbroek zijn studenten uit te schrijven over de inpassing van recente gebouwen in de bestaande stad. Bene Colenbrander opent de reeks met het moderne grachtenpand van Abel Cahen.


via Funda

Introductie
Singel 428 van Abel Cahen (Geldrop, 1934) wordt algemeen beschouwd als een van de weinige geslaagde moderne inpassingen in de Amsterdamse grachtengordel. Door het gebruik van geprefabriceerde betonnen gevelelementen contrasteert het pand sterk met zijn omgeving, maar door uitgekiende verhoudingen valt het pand in het voorbijgaan nauwelijks op. Saillant is het feit dat het ontwerp, waaraan ook Patrice Girod en Jan Koning meewerkten, veertien keer is afgewezen door de toenmalige schoonheidscommissie. Dat het uiteindelijke resultaat al decennia op waardering kan rekenen, is daarom niet alleen verrassend, maar vormt ook het bewijs dat bestaande opvattingen over architectuur radicale, maar goeddoordachte vernieuwing niet in de weg hoeven te staan.

Oude staat Singel 428
Over de voorgeschiedenis van het pand dat op het perceel van Singel 428 stond is weinig bekend. Cahen schetst in het presentatieboek van zijn ontwerp voor Singel 428 het pand dat er volgens hem oorspronkelijk stond. Het betreft een laag pand met drie bouwlagen onder een zadeldak. Op het geringe andere beschikbare beeldmateriaal is een klein pand zichtbaar, waarin één van de magazijnen van beddenverkoper J. Baptist-Valleggia gehuisvest is. Dit pand telt vijf bouwlagen en is op de begane grond voorzien van een winkelpui. Naar verluidt zou het pand voorzien zijn van een houtskelet met zwanenhalskorbeels. Als reden voor de afbraak van het pand wordt de vervallen staat en het daaropvolgende gemeentebesluit tot sloop genoemd. Onduidelijk is wanneer de sloop heeft plaatsgevonden. Meer is duidelijk over de koper van het vrijgekomen perceel. De bouwvergunning van de gemeente Amsterdam is geadresseerd aan H.J. Meyer, die in het bestek van Singel 428 tevens als opdrachtgever wordt genoemd. Meyer is destijds de schoonvader van Cahen en wil hem de mogelijkheid geven om nog tijdens zijn studie te beginnen aan de bouw van zijn eerste werk.

Totstandkoming huidige gebouw
Door de betrokkenheid van Meyer blijft de invulling van het programma van eisen grotendeels in handen van Cahen. De enige randvoorwaarde is dat het gebouw een goede huur- of verkoopopbrengst oplevert. Cahen formuleert vervolgens zelf de inhoudelijke opdracht en stelt vast dat het gebouw moet worden ingepast in de bestaande stedelijke structuur, evenwel zonder aan eigenheid in te boeten. Het gebouw moet een zelfstandige toevoeging aan de stad betekenen. Hij zegt hierover: ‘Ze hebben het wel eens over het probleem van aanpassen aan de oude stad. Volgens mij is het geen aanpassingsprobleem. Aanpassen betekent al meteen naar iets anders kijken en daar iets uit afleiden. Ik heb op geen enkele manier geprobeerd me aan te passen, maar heb het opgevat als een aanvulprobleem.’ Daarbij is het volgens Cahen van belang dat in het gebouw de nadruk op de woonfunctie komt te liggen, aangezien in de nabije omgeving op dat moment amper gewoond wordt. In de materiaalkeuze resoneert de opdracht om een gebouw met een zekere eigenheid ten opzichte van zijn omgeving te realiseren. Cahen kiest voor het gebruik van zoveel mogelijk geprefabriceerde betonnen materialen. Het gebruik van prefab op kleine schaal is weliswaar niet voordelig, maar vormt onderdeel van een experiment van Cahen, die het resultaat later een ‘vingeroefening’ noemt. De bouw fungeert in die zin als een studieobject naar de mogelijkheden om met moderne materialen in een oudere stedelijke omgeving te werken.

Strijd met schoonheidscommissie
De aanvraag van de bouwvergunning vormt het startsein voor een jarenlange strijd tussen Cahen en de schoonheidscommissie. Duidelijk is dat het moderne ontwerp bij de commissie niet in de smaak valt. In een periode van ongeveer vier jaar dient Cahen het ontwerp veertien keer tevergeefs ter goedkeuring in. De commissieleden houden echter stevig vast aan de op dat moment geldende bouwvoorschriften. Zo wordt Cahen verplicht om in zijn ontwerp geen vijf, maar vier woningen te realiseren. Hij zegt daar later in een interview over: ‘Waarom stond dat zo in de bouwvoorschriften? Vanwege het te veel trappenlopen. Maar er is een lift in het gebouw, zei ik. Die bouwverordeningen houden nog geen rekening met liften, was het antwoord.’ Ook een poging om de scheiding tussen de ingang van het gebouw en de straat op te heffen wordt in de kiem gesmoord. De voordeur mag slechts op beperkte afstand van de gevel komen te liggen. Het doet Cahen verzuchten dat het onmogelijk is om als architect de leefbaarheid van een gebouw op voorschriften te baseren. Pas bij de vijftiende poging gaat de commissie overstag, waarop een criticus stelt dat deze plotselinge goedkeuring naadloos past in de lijn van willekeur en visieloosheid van de Schoonheidscommissie. ‘Het is duidelijk dat dit pand zonder het bijna maniakale doorzettingsvermogen van Cahen er zeker niet gekomen zou zijn.’

Het uiteindelijke ontwerp
Het uiteindelijke ontwerp voorziet in zeven bouwlagen die plaats bieden aan een bedrijfsruimte, drie appartementen en een maisonnette. De gevel is zonder twijfel het meest in het oog springende onderdeel van het ontwerp. Tussen twee ribben metselwerk zijn aan de voor- en achterzijde zesenzeventig identieke betonnen prefab gevelelementen toegepast, die zo zijn vormgegeven dat ze niet alleen kunnen dienen als borstwering, vensterbank en latei, maar ook kunnen aansluiten op de kolommen, het metselwerk en op zichzelf. ‘Prefabriceren loont zich vooral als je op grote schaal werkt, niet in zo’n eigenlijk maar heel klein gebouwtje. Wilde ik nog kunnen prefabriceren, dan moest ik het aantal verschillende elementen inderdaad tot een minimum terugbrengen, die ik dan zo vaak mogelijk op verschillende manier toe moest passen. Vandaar dat het gevelelement omkeerbaar is geworden’, aldus Cahen. Hetzelfde geldt voor de kolommen, die uit hetzelfde prefabmateriaal zijn vervaardigd en zijn voorzien van een kruiskop die zowel de gevelelementen als de bovenliggende kolommen draagt. In de zijtraveeën is steeds een venster tussen twee gevelelementen geklemd, terwijl in de middentravee het venster achter de gevelelementen duikt, waardoor een gevarieerd gevelvlak ontstaat en de kolommen als dragende elementen worden benadrukt. In tegenstelling tot oudere grachtengevels is het raam in Cahens gevel niet dominant, maar in evenwicht met de prefab-gevelelementen.

Inpassing in bestaande gevelwand
Hoewel de gevelonderdelen zowel in materiaal als vorm radicaal afwijken van die van oudere grachtenpanden, houdt het geheel wel degelijk rekening met de karakteristieke grachtengevel. Met een halfronde, ten opzichte van het trottoir iets verlaagde portiekvloer en een trappetje naar het souterrain draagt het gebouw bij aan de kenmerkende vormdifferentiatie van de rooilijn van grachtenpanden. Ook de verhoudingen tussen de verschillende geveldelen kloppen. De parterre is hoger dan de middelste verdiepingen, terwijl de top duidelijk afwijkt van de overige bouwlagen. De linkertravee is voorzien van een groot venster, de middentravee van een vlakke wand inclusief hijsbalk en de rechtertravee van een dakterras. Het resultaat van deze niveauverschillen is een goede aansluiting op de naburige panden.

Autonomie en contrast in het interieur
In het interieur wordt de oefening in prefabricatie en subtiele contrastwerking verder voortgezet. ‘Het is een thema dat door het hele gebouw heen loopt; dat de onderdelen een bepaalde autonomie hebben, een bestaansrecht zonder afgeleid te zijn van iets anders, naast elkaar staan, en zich door hun sterkte en zelfstandigheid met elkaar verbinden en tot iets worden, dat weer eigen zelfstandigheid, een eigen vorm heeft’, aldus Cahen. In de parterre valt de inpandige brievenbus op, die Cahen daar situeerde om het contact tussen de straat en het gebouw te stimuleren. Het cilindervormige, bakstenen trappenhuis loopt door tot aan het dak en wijkt in zijn vorm en plaats af van die van vroegere grachtenpanden. De geprefabriceerde betonnen bordessen zijn in het metselwerk geklemd, terwijl de treden juist van de wand loskomen. Op de eerste drie verdiepingen zijn identieke appartementen gevestigd, waarvan de derde zich nog in volledig originele staat bevindt. De in het appartement zichtbare cilindervorm van het trappenhuis wordt gecontrasteerd met de hoekige vorm van de halfopen keuken. Hierin weerspiegelt het interieur soortgelijke contrasten elders in het gebouw. De vensters van zowel de appartementen als de dubbele woning op de vierde en vijfde verdieping bieden helder zicht op de gevelconstructie, die aan de binnenkant tevens dienst doet als vensterbank.

Fietsexcursie langs nieuwe grachtenpanden onder leiding van Hans Tulleners op 25 oktober 1980

Belang voor de Amsterdamse architectuurontwikkeling
Over het eindresultaat zijn de kritieken van begin af aan lovend. In vakbladen wordt unaniem gesproken van een geslaagde poging om met moderne materialen in de historische binnenstad te bouwen. Er is zelfs een pleidooi om het gebouw direct op de monumentenlijst te zetten, hetgeen uiteindelijk in 2015 gebeurt. Het gebouw wordt blijvend beschouwd als een welkome nieuwe schakel in een proces van ‘continue regeneratie’ van de Amsterdamse binnenstad, die door een samengaan van architectuur uit verschillende eeuwen wordt bepaald. Het strikte welstandsbeleid wordt daarbij gehekeld als storende factor. Singel 428 vormt het bewijs dat het in de tweede helft van de twintigste eeuw mogelijk is om eigentijds te bouwen zonder de bestaande harmonie van de grachtenwand te verstoren. Tien jaar na de oplevering wordt er dan ook getreurd dat de geslaagde moderne inpassing weinig navolging heeft gekregen. Cahen zelf kijkt echter vermoeid terug op het project: ‘Toen dit gebouw klaar was, was na al die tegenwerking mijn eerste reactie: ik kom met mijn vingers nooit meer aan de binnenstad van Amsterdam’. Hoe dan ook is duidelijk dat het ‘bijna maniakale doorzettingsvermogen’ van Cahen voor de Amsterdamse architectuurontwikkeling een groot geschenk is geweest.

Bene Colenbrander, zomer 2019

Literatuur
Arian, M., ‘Gesprek met architect Abel Cahen over de verscheidenheid van stedebouw’, Groene Amsterdammer 8 augustus 1973.
Beerends, A., ‘Abel Cahen haakt in op een kontinu proces’, TA-BK 8-72, 181-186.
Bullhorst, R., ‘Botte bijl der nostalgie verliest terrein’’, NRC Handelsblad 8 augustus 1981.
Domus maart 1973, 16-17.
‘Dutch infill’, Concrete Quarterly 1-73, 15-17.
Jong, R. de, ‘Abel Cahen’, Wonen jaarg. 8, nr. 3, 2-9.
Metz, T., ‘De details mogen niet schreeuwen’, NRC Handelsblad 29-11-1991.
Vos, M., ‘Een historisch pand van vandaag’, NRC Handelsblad 4 april 1975.
Beeldbank.Amsterdam.nl (geraadpleegd op 22 mei 2019)
www.digitaalgrachtenboek.nl (geraadpleegd op 27 mei 2019).
www.joodsamsterdam.nl (geraadpleegd op 27 mei 2019).

Archief
Archief Abel Cahen, inv.nr. CAHE.110314167, Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980

Nieuws

Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar...

Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...