Architectuurcritici in spe | ‘van school naar School’


Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam bieden we op onze website een podium aan tweede en derdejaars Bachelorstudenten die zich bekwamen in het schrijven van een kritisch stuk over een Amsterdams gebouw. 

Student Julia Hermans dook de schoolbanken in voor een recensie over ‘De School’ voor het vak Architectuur en Typologie van Professor Lex Bosman.

In een oud schoolgebouw op de Dr. Jan van Breemenstraat huist sinds 2016 de bruisende nachtclub en culturele broedplaats ‘De School’. Elke vrijdag- en zaterdagavond staan mensen soms uren in de rij om, na goedkeuring van de uiterst strenge bouncer, tot in de vroege uurtjes te dansen. De oude klaslokalen, kantine en zelfs de fietsenstalling zijn omgetoverd tot dans- en hangplekken waar heel alternatief Amsterdam komt om te feesten. Naast de club is er ook ‘Restaurant DS’, sportschool ‘Het Gymlokaal’, en is het mogelijk om verschillende zalen in te huren voor eigen evenementen. In dit essay zal ik mij slechts richten op de functies van de voormalige praktijklokalen, de aula, de fietsenstalling en de tuin, omdat dit de ruimtes zijn die tegenwoordig gebruikt worden voor de nachtclub.

De naam van de nachtclub verwijst al naar de functie waar het gebouw oorspronkelijk voor bedoeld was, namelijk het 2e Christelijke LTS Patrimonium. Dit was een technische school, waar jongens na de basisschool technische opleidingen konden volgen. Het gebouw werd in opdracht van de stichting Patrimonium ontworpen door de Amsterdamse architect Johannes Bernardus Ingwersen, die meerdere scholengebouwen heeft ontworpen, vaak in de stijl van de Amsterdamse School. Het gebouw op de Dr. Jan van Breemenstraat was een van de locaties die in gebruik waren door het LTS.

Google Maps

Het gebouw bleef in handen van het Patrimonium totdat het rond 2000 werd overgenomen door het ROC, waarna het een aantal jaren gebruikt werd voor ICT-opleidingen. In 2015 sloot de school haar deuren, om in 2016 weer te openen voor nachtclub De School, met Ernst Mertens en Jochem Doornbusch als eigenaren. Het gebouw heeft dus een wisseling van functies doorgemaakt: oorspronkelijk een plek voor technisch onderwijs, inmiddels een nachtclub en cultureel centrum. Ik zal stilstaan bij de vraag of een gebouw dat van een ander type is, namelijk het type ‘schoolgebouw’, ook succesvol kan zijn wanneer het voor een andere functie gebruikt wordt.

Het oorspronkelijke gebouw
Het 2e Christelijke LTS Patrimonium besloeg een aantal verschillende gebouwen. Van veraf zijn al de hogere lokalen te zien, waarin de theorielessen plaatsvonden. Daarachter, onzichtbaar vanaf de Jan Evertsenstraat, bevinden zich de hoofdingang en de lagere lokalen. Daar was plek voor de praktijklessen en de binnentuin die ontsloten werd vanaf de gang langs bovengenoemde lokalen. De aanblik van het gebouw is, in mijn ogen, enigszins zakelijk en afstandelijk. Rechte lijnen, bijna een soort blokkendoos, met grote ramen die als ogen naar de weg kijken.

Theorielokalen

De hoofdingang van het gebouw bevindt zich, enigszins verborgen, aan de Dr. Jan van Bremenstraat. Via een paar stenen trappen konden leerlingen en docenten het gebouw betreden door vrolijke gele deuren, om zo in de hal te komen. Aan weerszijden van deze ingang bevonden zich de deuren naar de fietsenstalling. Eenmaal in het gebouw, en hierbij doel ik op de lagere praktijklokalen, konden de leerlingen zich van lokaal naar lokaal bewegen door brede betegelde gangen. Via deze gangen was het mogelijk de tuin te betreden, die volledig omsloten was door de verschillende lokalen waardoor er een knusse binnentuin ontstond, met in het midden een kunstwerk. Het besluit van Ingwersen om te kiezen voor deze binnentuin vind ik positief. Door de binnentuin af te schermen van de omliggende wijk ontstaat er een intieme sfeer, en de mogelijkheid om op te gaan in de bezigheden op de school.

De binnentuin, gezien vanaf de gang

Het gehele gebouw heeft een vrij afgesloten gevoel. Door de hooggeplaatste ramen is het moeilijk te zien wat er binnen gebeurt, en de drempel om het gebouw te betreden wordt nog enigszins verhoogd door de stenen, onversierde trappen. Ondanks dat de deuren vrolijke kleuren als geel en oranje hebben is het in mijn ogen van buitenaf geen uitnodigend gebouw. Mede de verder onversierde muren dragen bij aan het industriële karakter van de school. Deze uitstraling past in mijn ogen goed bij het soort school dat in het gebouw huisde, de technische school. Ook het interieur heeft dit industriële karakter. De betonnen plafonds, de bakstenen muren, de witte tegeltjes en de ijzeren kozijnen dragen hier allemaal aan bij.

Een van de klaslokalen, met sheddak

Opvallend aan het gebouw zijn de plafonds in de lokalen en de gangen. Een belangrijk onderwerp in het ontwerp van Ingwersen was de lichtinval. Het zonlicht diende op de juiste manier het gebouw binnen te vallen, om zo schaduwvorming tegen te gaan. Ingwersen heeft gekozen voor sheddaken, om de lichtinval optimaal te maken. Deze daken gaven de lokalen een interessant aspect. De hoge plafonds gaven een ruim gevoel, en zorgden voor veel licht. Ook op de gangen bleef het hierdoor vrij licht, en werd het mogelijk om meer naar binnen gerichte ruimtes te creëren.

Het gebouw past naar mijn mening goed in het type van ‘schoolgebouw’. Er zijn duidelijke kenmerken van een schoolgebouw terug te vinden, zoals de lokalen, de aula en de fietsenstalling.

Het gebouw als De School
Zoals boven genoemd is het gebouw sinds 2016 in gebruik als nachtclub en culturele broedplaats. Hierdoor is de functie van het gebouw volledig veranderd, maar verrassend genoeg werkt de functie nachtclub goed.

YouTube

De hoofdingang waardoor voorheen leerlingen het gebouw betraden wordt nu gebruikt om de club binnen te gaan. Op drukke avonden staat de rij meterslang voor de deur. De stenen trappen dienen als opstapje, waar beveiligers en de gastheer van de avond de feestgangers staan op te wachten. Deze trap omhoog geeft het personeel een blik vanaf boven, terwijl de bezoeker onderaan de trap moet wachten op het oordeel. Hierbij geeft het gebouw een enigszins intimiderende indruk, mede bijgedragen door de trappen. Na binnenkomst, waarbij de hal fungeert als ruimte om tassen te controleren en kaartjes te kopen, komt de bezoeker de hal binnen waar de garderobe zich bevindt. Al vanuit deze hal is de muziek van beneden vaak te horen, de dreunende bassen trillen door de muren heen. Na entree leidt een afgesloten deur naar de gang die de dansruimtes ontsluit. Deze dichte deur maakt duidelijk: hierna volgt de club.

De grootste dansruimte van de school bevindt zich in de kelder, waar voorheen de fietsenstalling was. Altijd donker, met allerlei verborgen hoekjes en een bar, is het niet meer te zien dat er ooit grote aantallen fietsen geparkeerd stonden. Echter werkt de ruimte heel goed als dansruimte, vanwege de omvang ervan. Er is genoeg plek voor een dj-booth, verschillende plekken om te zitten, en een grote dansvloer. Omdat het in de kelder is zijn er geen ramen, en is het als het ware verborgen.

Naast de kelder zijn ook de praktijklokalen en de binnentuin in gebruik door de club. Een lokaal als dansvloer, een lokaal als kunstruimte, en de aula wordt gebruikt voor kunstinstallaties. Doordat de aula moet worden betreden door een vrij kleine deur ontstaat er een soort doorkijk naar deze installatie. Dit zorgt ervoor dat de bezoeker automatisch aanschouwer van de kunst wordt, als een soort kijker op de zijlijn. Daarnaast wordt ook de tuin gebruikt. Deze tuin, die al in de oorspronkelijke functie goed werkte, is ook succesvol voor de hedendaagse functie van de gebouwen. De tuin wordt bij mooi weer opengesteld voor feestgangers en bezoekers om te zitten, wat te drinken of een sigaretje te roken. De afscherming van de buitenwereld maakt dat er geen angst is voor pottenkijkers, en maakt het mogelijk om je te verliezen in het feest.

Conclusie
De wisseling van de functies van het gebouw is verrassend maar succesvol geweest. Hoewel het gebouw in het type ‘schoolgebouwen’ zou passen, werkt het als nachtclub even goed. De industriële uitstraling van het gebouw past zowel bij de technische school die er oorspronkelijk zat als bij De School, die zich profileert als een techno club. Bij deze muziekstijl past een wat industriële uitstraling. De meeste ruimtes in het gebouw zelf, die dus ook voor andere functies zijn ontworpen, werken mee aan de werking van de club. De opstap naar de hoofdingang en vervolgens de afdaling naar de kelder zorgen dat de bezoeker zich bewust wordt van de overgang van het gewone leven naar het nachtleven. Het blijkt dus dat een gebouw, al is het niet gebouwd naar het type behorend bij de functie, alsnog geslaagd en populair kan zijn.

Door: Julia Hermans, maart 2019


Gerelateerd

Architectuurcritici in spe | Mosplein van SeARCH uit 2016

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Meerhuizenplein van Liesbeth van der Pol uit 2002

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Amstel 270 van Cees Dam uit 1988

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | Keizersgracht 359 van Marinus Oostenbrink uit 1980

Nieuws

Dit bouwwerk is als een opstandige tiener, die noodgedwongen een aantal uiterlijke kenmerken van zijn ouders heeft meegekregen, maar...

Architectuurcritici in spe | Singel 428 van Abel Cahen uit 1970

Nieuws

Past het moderne grachtenpand van Abel Cahen in de bestaande stad?

Architectuurcritici in spe | ‘Een ingetogen parel aan de Sloterplas’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...

Architectuurcritici in spe | ‘Een nieuw onderkomen voor onconventioneel onderwijs’

Nieuws

Sluit de nieuwbouw van het Hyperion Lyceum aan bij de onconventionele onderwijsmethode?

Architectuurcritici in spe | ‘Pontsteiger als nieuwe Amsterdamse poort’

Nieuws

Architectuurcentrum Amsterdam draagt de architectuurkritiek een warm hart toe. In samenwerking met de opleiding Architectuurgeschiedenis van de Universiteit van...