Bethaniënklooster


 
Barndesteeg 6b
De Wallen
1450
Cultuur, Religie, Voorziening
 

Het Bethaniënklooster ligt aan de Barndesteeg op de Amsterdamse Wallen. Het klooster werd er gevestigd in 1450 en is een van de weinige overblijfselen van het middeleeuwse kloostergebied aan oudezijde van de stad.

Kloostergebied
De talrijke kloosters lagen destijds direct achter de stadsmuur en omvatten het gehele gebied tussen de Bloedstraat, de Oudezijds Achterburgwal, de Oude Hoogstraat en de Kloveniersburgwal. Een enkel kloostercomplex bestond uit vier vleugels rondom een als tuin aangelegde binnenplaats.

Bethaniënstraat en Koestraat
Het klooster was gewijd aan Sinte Maria Magdalena van Bethanien en werd dan ook bewoond door ‘bekeerde susteren’. In 1462 woonden er rond 220 vrouwen in het klooster. Een van hun werkzaamheden was het vetmesten van koeien voor schuttersmaaltijden – de naam van de Koestraat herinnert er nog aan.
Al in het begin van de 16de eeuw raakte het klooster in verval. Het stadsbestuur van het groeiende Amsterdam had dringend grond nodig voor nieuwe bebouwing en huisvesting en het Bethaniënklooster had geldgebrek. De stad kon er in 1506 de Bethaniënstraat en de Koestraat doorheen aanleggen waardoor het terrein in delen uiteen viel.

Na de Alteratie
Na de Alteratie van 1578, waarbij de stad overging van Rooms Katholiek naar Protestant, werd het kloosterterrein onteigend en in 1585 werd de orde opgeheven en het gebied verkaveld. In het schip van de kerk werd in 1594 de Latijnse School gevestigd.
Op het terrein werden huizen gebouwd, er was een herberg gevestigd en het werd in de 18e eeuw verbouwd tot schuilkerk. Van het Bethaniënklooster zijn nu alleen nog muurresten aan de Gedempte Huidenvetterssloot over en dus de noordvleugel in de Barndesteeg. Het gebouw werd in 1970 aangewezen als rijksmonument.

Music please!
Eind vorige eeuw bleek het gebouw vervallen en werd het op initiatief van Geurt Brinkgreve (1916-2005) gerestaureerd. Bovenin het complex werden kamers voor muziekstudenten gecreëerd terwijl het souterrain grotendeels zijn 15e eeuwse gedaante met kruisgewelven behield. De eetzaal werd in gebruik genomen als zaal voor bijeenkomsten, lezingen en bruiloften – maar vooral voor concerten voor onder meer jazz,  piano- en kamermuziek. Bethany’s Jazz Club is er inmiddels een begrip. (Arcam/MB)