Burgerweeshuis


 
IJsbaanpad 3
Stadionbuurt
Amsterdam
Aldo van Eyck
Frans van Meurs/Burgerweeshuis
Bus 170-172; tram 24
Ids Haagsma en Hilde de Haan, 'Het weeshuis van Aldo van Eyck; architectuur voor architecten', de Volkskrant, 8 april 1991; Liane Lefaivre, 'Orde en het Burgerweeshuis', Forum no. 1, 1987.
1959
Wonen
 

Woonhuis voor 125 weesjongens

Het Burgerweeshuis, in 1955 door Aldo van Eyck ontworpen om onderdak te bieden aan 125 weesjongens, werd in 1960 opgeleverd. Het weeshuis oogt als een kashba of een labyrint. Het is opgebouwd uit talloze binnen- en buitenruimtes, die in een complexe orde met elkaar zijn verbonden en haast onmerkbaar in elkaar overlopen. In Van Eycks visie lagen het private en het collectieve in elkaars verlengde en moest de grens tussen gebouw en stad worden geslecht.

Bij het vormen van de paviljoens waaruit het gebouw bestaat gebruikte Van Eyck standaardmodules die met subtiele variaties steeds terugkeren. Het complex omvat in totaal 336 modules, gegroepeerd rond een binnenhof. Bolle daken van kunststof bedekken de paviljoens. Het Burgerweeshuis was een reactie op de architectuur van de jaren vijftig. Deze stond in het teken van massaproductie van vaak identieke woningen en fabrieken. De industriƫle architectuur bood nauwelijks ruimte voor individuele expressie. Met het Burgerweeshuis wilde Van Eyck aandacht voor het individuele terugbrengen in de architectuur, door met herhaling van elementen een plattegrond te vormen die toch niet gestandaardiseerd is, door te zoeken naar nieuwe verhoudingen tussen binnen- en buitenruimtes, door een grote zorg voor de detaillering en door zich in te leven in de gebruikers: de kinderen die er zouden wonen.

In de jaren tachtig ontstond het plan om een deel van het Burgerweeshuis te slopen. Een massale actie, die vanuit de hele wereld bijval kreeg, voorkwam sloop. Nederland had een naoorlogs monument herontdekt. Redding van het complex werd mogelijk doordat een projectontwikkelaar werd gevonden die het gebouw en het terrein wilde kopen, onder de voorwaarde dat hij er een kantorencomplex mocht ontwikkelen. Dat complex – Tripolis genaamd – werd ontworpen door het echtpaar Aldo en Hannie van Eyck. Zij namen ook de restauratie van het weeshuis op zich. (ARCAM/JEA/JW)