Do Janne’s Weekly Post | Dialoog met Jasper Nijveldt


Dit is de tweede dialoog in een serie waarin Architect in Residence Do Janne Vermeulen per email een tweegesprek voert met mensen uit een ander vakgebied. Zo ontstaan er steeds gedachtewisselingen tussen twee vakgebieden, ieder vanuit zijn of haar eigen standpunt. 

In dit tweede dialoog e-mailt Do Janne met Jasper Nijveldt, partner en stedenbouwkundige bij Karres en Brands en tevens programmaraadslid van Architectuurcentrum Amsterdam.

Leestijd: 6 minuten (exclusief filmpjes)

Do Janne:
Beste Jasper, We zijn beide betrokken bij Architectuurcentrum Amsterdam en onze bureaus hebben aan onder andere Het Gelders Huis en de Kromhout Kazerne samengewerkt. We spraken elkaar naar aanleiding van mijn AiR-kwartaal over stedenbouw op basis van Big Data. Een onderwerp waar jij al ‘avant la lettre’ volop mee bezig bent. Een eerlijk gesprek waarbij zowel de potentie als ook de grenzen van smart technology aan de orde kwamen. Waar sta jij nu? Algoritme of schetsrol?

Jasper:
Beste Do Janne, Het snelle antwoord: Allebei. Wat ik nu vooral zie is dat de stad ofwel met een algoritme wordt gepoogd te duiden, ofwel met een schetsrol. Ik denk dat juist in de combinatie de winst zit. Ik ben inderdaad al een tijdje de mogelijkheden van data en ontwerp aan het verkennen, een soort uit de hand gelopen hobby. Ik vind het waanzinnig interessant om nieuwe ‘patronen’ in de stad te ontdekken. Vooral patronen die je niet direct met het blote oog ziet: Hoe gebruiken mensen de stad, wat zijn drukke routes, waar worden de meeste selfies gemaakt? En vervolgens deze inzichten gebruiken voor ontwerp of strategie.

Ik moet eerlijk bekennen dat dit met vallen en opstaan gaat. Er zijn enorme bakken met (open) data te downloaden, maar de moeilijkheid is om die praktisch toe te passen in een stedenbouwkundig plan. Ik ben ook benieuwd naar jouw laatste inzichten hierin. Los van de privacy en wet- en regelgevingsdiscussie, zie jij ook goede voorbeelden of ideeën die de kwaliteit van de leefomgeving of een ontwerp kunnen verbeteren?

Do Janne:
Hoi Jasper, Een goed voorbeeld vond ik op de site van iBestuur, waarop wordt beschreven hoe de gemeente Nijmegen met behulp van optische sensoren monitort hoe mensen zich door de stad bewegen. Bij grote evenementen zoals de Vierdaagse wordt met camera’s gemeten hoe druk het in bepaalde delen van de stad is. Bij te grote drukte leidt de gemeente bezoekers via lichtkranten en sms-berichten naar rustiger plekken. In dit soort toepassingen zie ik duidelijk de voordelen voor het welzijn en de veiligheid van mensen. Ook zie ik voordelen in het regelen van de openbare verlichting of in slimme parkeersystemen die niet alleen in garages maar ook op stadsniveau kunnen worden ingezet. Ik zie de voordelen voor efficiëntie, maar kunnen we hiermee ook de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren?

Ik begrijp dat gemeentes en hun adviseurs data-analyse gebruiken om te plannen: bijvoorbeeld door de dichtheid van maatschappelijk vastgoed (bijv. scholen) in verschillende steden te analyseren en op basis daarvan te adviseren over de benodigde voorzieningen in nieuwe wijken. Dit lijkt me heel voor de hand liggend en verstandig en komt al dicht bij het maken van een stedenbouwkundig plan. Ik kan mij goed voorstellen dat we met behulp van data steeds preciezer worden in het maken van de juiste ‘onderleggers’, het bepalen van het ideale programma en het scheppen van de kaders voor onze ontwerpen. Maar die laatste ontwerpslag, de vertaling van cijfers naar de fysieke omgeving, blijft in mijn ogen menselijk en daarmee ‘analoog’.

Jasper:
Hai Do Janne, Dat zijn inderdaad interessante voorbeelden en ik kan meegaan in je conclusie. Ik ben het met je eens dat we steeds preciezer worden in het maken van de juiste ‘onderleggers’; we gebruiken het alleen nog te weinig in de dagelijkse ontwerppraktijk. Ik vind bijvoorbeeld dat discussies over verdichting nogal eens verengd worden tot de gebouwen, zoals de vraag ‘hoogbouw’ wel of niet, terwijl het ook zou moeten gaan over hoe je tegelijkertijd het stratenpatroon kunt verbeteren; hechter, fijnmaziger en beter verbonden. Als er namelijk iets blijkt uit vele data analyses is dat hoe hechter het stratenpatroon, hoe meer dit zich uit in allerlei waarden als een hogere WOZ, meer variatie in functies, meer gebruiksstromen et cetera. Het is geen rocket-science, maar vaak moet je ervoor over de projectgrenzen heen kijken. We hebben voor de grap wel eens geprobeerd om de criteria van Jane Jacobs voor een levendige stadsstraat in een data algoritme te vertalen. Dan komen de straten naar voren waar zij blij van zou zijn geworden. Het is een soort ‘data-based action design’.

Tegelijkertijd zie ik ook allerlei mooie ontwikkelingen, nu nog veelal binnen de universiteitsmuren. Zo kunnen we door data-analyse steeds preciezer worden om de ‘gevoelige’ plekken in de stad te ontdekken en de relaties daartussen, ook interessant voor de ontwerper. ‘An architect’s power also comes from his capacity to observe the relationships which really matter’, observeerde Andres Sevtsuk mooi. Hij is onderzoeksleider bij het City Form Lab van Harvard University GSD en Singapore University of Technology and Design, dat druk bezig is met de ontwikkeling van allerlei ‘urban analysis tools’. Een interessant filmpje hierover:

Do Janne:
Hoi Jasper, dat is zeker interessant. Hoe vertaal je die gegevens naar het ontwerp van de fysieke omgeving? Leefbaarheid (of met een betere Engelse term ‘wellbeing’) zou een mooi doel zijn, maar lijkt mij moeilijk te vatten op basis van louter data-analyse. Op de site van Leefbaarometer is getracht de leefbaarheid van Nederland in kaart te brengen. Hiervoor zijn honderd parameters gebruikt, waaronder het type huizen, de mensen (jong-oud, arm-rijk, afkomst, opleiding), criminaliteit en de aanwezigheid van parken en voorzieningen in de omgeving. Hoe kun je zoiets complex als leefkwaliteit vangen in één objectief waarde-oordeel? En zelfs als dat wel lukt, hoe worden de resultaten dan onderdeel van de ontwerp-strategie? Hoe bepaalt de uitkomst wat en hoe we vormgeven?


Screendump Leefbarometer

Jasper:
Hey Do Janne, De ‘harde’ data, zoals die in de leefbaarometer zijn gebruikt, zijn open te verkrijgen, maar geven inderdaad maar een beperkt inzicht. Een complicatie in dit verhaal is dat de meest interessante data, de door mensen gegenereerde, veelal en in toenemende mate in privaat eigendom zijn. De patronen die bijvoorbeeld door apps als google, facebook, twitter, instagram, airbnb, foursquare worden gegenereerd zijn echter niet of nauwelijks in te zien. En ook steeds minder. De hardloopapp Strava had prachtige gedetailleerde gebruikskaarten, die inmiddels zijn ‘geblurd’ op straatniveau:


www.strava.com

Tot nu toe waren met vrij nerdy hackachtige praktijken via sociale platforms als foursquare allerlei gebruikspatronen te ontsluiten. De ‘Background location services’ staan namelijk standaard aan in de foursquare app. Je kunt precies zien waar mobiele telefoons met een zo’n app zijn geweest. Dit hebben we, in samenwerking met SPIN Unit eerder uitgehaald in Schiedam. Deze mogelijkheden zullen binnenkort wel ophouden.

Zo ontdekte ik dat er een tunneltje onder de snelweg is, dat ontzettend intensief gebruikt wordt door hardlopers; een schakel in vele hardlooprondjes. Het bleek een donker en onveilig tunneltje te zijn, al jaren. Met simpele middelen zou je daar al wat aan kunnen doen, gevalideerd door het feit dat het de drukste 100 meter aan hardloopbaan is in Schiedam. Daar zou je vorige gesprekspartner Philip Ross vast iets moois mee kunnen. Of laat de gemeente er een watertappunt neerzetten. Op vergelijkbare wijze zou je door middel van analyses van het stratenpatroon kunnen achterhalen op welke plekken een nieuw bruggetje een grote impact kan hebben. Op deze manier kan data analyse volgens mij wel echt bijdragen aan een betere leefbaarheid. 

Helaas wordt het steeds lastiger dit soort data te ontsluiten. ‘Vroeger’ kon je bijvoorbeeld door een asterixje (*) bij google maps in te vullen, alle functies inzichtelijk maken. Je kon in no-time, door een simpele zoekterm, een enorm rijk beeld krijgen van een stuk stad. Zo ontdekte ik dat ook in onze VINEX ‘slaapsteden’ een enorme hoeveelheid aan bedrijfjes zitten, veelal aan huis. In ‘officiële’ data zie je dat niet. Heel grappig. Nu krijg je dit als je * invult bij google maps een foutmelding:

Dit is maar een simpel voorbeeld, maar zo zijn er velen. Hoe meer data we zelf genereren, hoe minder we over het geheel te weten kunnen komen. Hoe kunnen we als ontwerper met deze veranderende praktijk omgaan? Hoe zorgen we ervoor dat de data die wordt verzameld beschikbaar blijft? Dit zijn de grote vragen die nu spelen.

Meer weten? Koop dan snel een ticket voor het debat Smart Cities of Domme Steden met o.a. Do Janne Vermeulen op dinsdag 21 mei in OBA Oosterdok. 

Over de Architect in Residence
De Architect in Residence (AiR) is een onafhankelijke ontwerper die in een vrije rol binnen Architectuurcentrum Amsterdam met bijvoorbeeld debatten, moderaties en columns de discussie aanjaagt over stedelijke ontwikkelingen. De AiR geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stad en haar bewoners. In 2019 heeft Architectuurcentrum Amsterdam maar liefst vier nieuwe Architects in Residence die ieder drie maanden voor hun rekening nemen en onderwerpen agenderen die zij belangrijk vinden. 


Gerelateerd

Observatie #3 Compact wonen, klein maar fijn?

Nieuws

Onze derde Architect in Residence van 2019, Marc Reniers – architect en medeoprichter van M3H – doet in de...

Observatie #2: Maatpak of confectie?

Nieuws

Welke vragen moeten ontwerpers en opdrachtgevers zich stellen bij het ontwerpen van een plattegrond?

UITVERKOCHT Debat De Amsterdamse Woningplattegrond

11 sep 2019 : Agenda : Nieuws

We steken de thermometer in de Amsterdamse woningbouw aan de hand van de woningplattegrond.

Observatie #1: De wurggreep van de installaties

Nieuws

Deze zomer staat in het teken van onderzoek naar de woningplattegrond door AiR #3 Marc Reniers

Maak kennis met Marc Reniers | AiR #3 2019

Nieuws

Als Architect in Residence in de zomermaanden van 2019 wil Marc Reniers van het Amsterdamse architectenbureau M3H onderzoek doen...

Do Janne’s Weekly Post (slot) | Smart Cities en Privacy

Nieuws

Onze tweede Architect in Residence van 2019, Do Janne Vermeulen – architect en medeoprichter van Team V Architectuur – deelt wekelijks van april t/m...

Do Janne’s Weekly Post | Dialoog II met Philip Ross

Nieuws

De vijfde dialoog in een serie waarin Architect in Residence Do Janne Vermeulen per email een tweegesprek voert met...

Do Janne’s Weekly Post | Dialoog met Giovanni de Niederhausern

Nieuws

Dit is alweer de vierde dialoog in een serie waarin Architect in Residence Do Janne Vermeulen per email een...

Do Janne’s Weekly Post | Smart Mobility

Nieuws

Onze tweede Architect in Residence van 2019, Do Janne Vermeulen – architect en medeoprichter van Team V Architectuur – deelt wekelijks van april t/m...

Do Janne’s Weekly Post | Dialoog met Antonio Gomez-Palacio

Nieuws

Architect in Residence Do Janne Vermeulen in gesprek met Antonio Gomez-Palacio over sociale factoren bij het ontwerpen van smart...

Do Janne’s Weekly Post | The Quantified-self

Nieuws

Architect in Residence Do Janne Vermeulen vraagt zich af wat zinvolle toepassingen van data-verzameling en analyse zijn die de...

UITVERKOCHT Debat Smart Cities of Domme Steden

21 mei 2019 : Archief : Nieuws

Over het gebruik van data in Amsterdam, de ontwikkelingen in proeftuin Toronto en over de rol van de architect...


Verwant

Do Janne’s Weekly Post | Dialoog met Philip Ross

De eerste uit een reeks van drie dialogen met mensen buiten het vakgebied van Do Janne Vermeulen

Do Janne’s Weekly Post | Smart Cities: Wat is de vraag?

Do Janne's Weekly Post over Sidewak Labs in Toronto, Canada

Maak kennis met Do Janne Vermeulen | AiR #2 2019

Do Janne Vermeulen doet onderzoek naar Smart Cities in het tweede kwartaal van 2019