Drive-in woningen


 
Anthonie van Dijckstraat
Apollobuurt
Amsterdam
Willem van Tijen, Mart Stam, Lotte Beese
Wonen
 

Aan het begin van de Anthonie van Dijckstraat in de Apollobuurt, grenzend aan de Amsterdamse Montessorischool en schuin tegenover The British School of Amsterdam, staan deze vijf herenhuizen uit 1936. Dit type woning met garage op de begane grond liep ver zijn tijd vooruit en werd pas in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw als concept herhaald.

Architecten

Eén van de architecten is Willem van Tijen die, hoewel nooit een bouwkundige opleiding te hebben genoten, een bloeiende carrière als architect heeft gehad. Aanvankelijk werkte hij samen met andere architecten, zo ook voor dit ontwerp. Van Tijen vormde voor deze herenhuizen een team met architect en meubelontwerper Mart Stam (ontwerper van de eerste achterpootloze, stalen buisstoel) en diens vrouw, architect en stedenbouwkundige, Lotte Beese. Beide heren zijn bekende sleutelfiguren van het Nieuwe Bouwen.

Het Nieuwe Bouwen

Deze bouwstijl ontstond samen met de Amsterdamse School als simultane tegenbeweging aan het begin van de twintigste eeuw. Beide stijlen waren een reactie op de industrialisatie en de technologische vooruitgang van die tijd. Waar de Amsterdamse School experimenteerde met sculpturele baksteenarchitectuur, streefde het Nieuwe Bouwen naar een architectuur die de tijdgeest moest reflecteren. Dit door gebruik te maken van rechte lijnen, constructies van staal en beton, veel glas en een plattegrond die vrij indeelbaar was. Ook zijn de gevels veelal wit gepleisterd en zijn de binnen- en buitenruimtes met elkaar verbonden. Dit ideaal van licht, lucht en ruimte is ook terug te zien in andere voorbeelden van het Nieuwe Bouwen, zoals de Van Nellefabriek in Rotterdam en de Eerste Openluchtschool in Zuid.

Inrichting

De vooruitstrevende visie van het Nieuwe Bouwen is in de architectuur in de Anthonie van Dijckstraat goed terug te zien. Zo waren de inpandige garages met verticale schuifdeuren (die langs het plafond weggeschoven konden worden) een unieke gadget. Daarnaast hadden de huizen moderne snufjes, zoals centrale verwarming, een vuilnisstortkoker, elektrische voordeuropeners met een deurtelefoon, oprolbare zonneschermen en opklapbare wastafels. De binnen- en buitenruimtes zijn, zoals het bij het Nieuwe Bouwen hoort, mooi met elkaar verbonden: de tuin is te bereiken via een stalen trap vanaf de eerste etage en op de derde etage bevindt zich een dakterras.

Tekst: Ariadne Onclin/Architectuurcentrum Amsterdam

Foto: Jan de Wit