Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK)


 
Bos en Lommerplantsoen 1
Amsterdam
B. Merkelbach, P. Elling, A. Bodon, C. van Eesteren
E. van Bierkom en I. Boks (inrichting kantoor)
G.A.K.
Bus 80; tram 7-13-14-20
Bouwkundig Weekblad, nr. 26, 1960, p 585-597; Ben Rebel e.a., Ben Merkelbach, Architect en Stadsbouwmeester, Amsterdam, 1994.
1960
Kantoren
 

Kantoorgebouw nabij het Bos en Lommerplein

Voor het ontwerp van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor werkte Merkelbach samen met Elling en Bodon, omdat Merkelbach in de ontwerp- en realisatieperiode van dit pand zijn werkzaamheden overdroeg en beëindigde. Locatie en vorm van het gebouw waren bij het uitgeven van de opdracht nog onbekend. Het programma van eisen beschreef de functies die het gebouw en de 3000 werknemers zouden moeten vervullen en bevatte geen beschrijving van het toekomstige gebouw.

De opdrachtgever wilde dat de onderhoudskosten van het materiaal en de afwerking die voor het gebouw gebruikt zouden worden, laag zouden zijn. Luxe moesten de architecten vermijden. Merkelbach gebruikte in zijn antwoord op deze ontwerpopgave materialen en constructiemethoden die op dat moment hedendaags waren. Op voorstel van de architecten werd gekozen voor de locatie in Amsterdam nabij het Bos- en Lommerplein naast de huidige A10. In samenwerking met het hoofd Stadsontwikkeling Publieke Zaken, C. van Eesteren, stelden de architecten een onderzoek in naar de ideale vorm van het gebouw. De conclusie van het onderzoek luidde dat een gebouw van tien – elf etages ideaal zou zijn voor de communicatie. Daarbij ging het voornamelijk om het uitwisselen van documenten, wat op dat moment nog gebeurde met een documentenlift. De diepte van het gebouw, negentien meter, werd bepaald door het maximale bereik van de airconditioning op dat moment. Bij de keuze tussen een goedkoper betonskelet of een duurder staalskelet werd gekozen voor staal. Deze oplossing kostte minder arbeidsuren dan het betonskelet en er zou voor het ontwerp alleen goedkeuring van het rijk komen als de arbeidsmarkt van Amsterdam zo min mogelijk werd belast.

Het gebouw bestaat uit een middenpartij en twee vleugels. In de middenpartij zijn voorzieningen als kantines en transportsystemen gesitueerd. Behalve de documentenlift heeft het gebouw een personenlift voor bezoekers. Personeelsleden konden gebruik maken van roltrappen die draaiden aan het begin en aan het einde van de werktijd. De vleugels bieden ruimte aan de kantoren, die met demontabele wanden werden ingedeeld in aparte kantoorruimten van verschillende grootte. Tijdens het ontwerpproces adviseerden binnenhuisarchitecten de opdrachtgever en architecten over een “menswaardige” indeling, meubilering en inrichting. Op de elfde verdieping van de zuidelijke vleugel waren de ruimten voor de directie en de vergaderzalen gepland. Op de noordelijke vleugel werd deze verdieping ingenomen door een dakterras. Op dit moment staat het kantoor leeg en wordt er gezocht naar een nieuwe bestemming. (ARCAM/NvH)