Kleiburg


 
Kleiburg
Bijlmer
K-Buurt
Amsterdam
F. Ottenhof
1971
1971
Wonen
 

Het nieuws (januari 2011) dat woningcorporatie Rochdale de flat Kleiburg in Amsterdam Zuidoost voor het symbolische bedrag van één euro van de hand wil doen omdat renovatie te duur zou zijn (70 miljoen euro), heeft tientallen reacties opgeleverd. Vereniging Heemschut en Stichting Bijlmermuseum pleitten onder meer voor behoud omdat het gebouw een te belangrijke bijdrage aan het stadsbeeld zou leveren en symbool zou staan voor de sociale idealen die er aan ten grondslag lagen.

Ook werd in het culturele veld van de stad onmiddellijk een alternatief transformatieplan opgeworpen. De circa 500 woningen zouden na een basisopknapbeurt per stuk of per reeks verkocht kunnen worden om ze vervolgens door de verschillende afnemers te laten afbouwen en inrichten: een geheel nieuwe flexibele structuur met een grote variatie aan gebruikers en een zeer diverse uitstraling per ‘unit’ naar buiten. zou een vrolijk gevarieerd woonblok kunnen ontstaan met de looks van een Silodam in de Bijlmer. (Zie een soortgelijk plan van architect Bas van Vlaenderen voor de transformatie van naoorlogse portieketageflats).

Weinig opmerkingen werden echter gemaakt over het feit dat een enkel gebouw moeilijk eer kan doen aan de kracht van het stedebouwkundig concept wat aan de hele Bijlmer ten grondslag ligt. Dit Stadsgezicht gaat daarom vooral over de Bijlmer als geheel.

Het plan voor de Bijlmer dateert uit 1956 en voorzag in de bouw van 40.000 woningen waarvan 90 procent zou worden gerealiseerd in hoogbouw. Het plan berustte op het moderne (architecten)gedachtegoed van de CIAM (Congres Internationaux Moderne, opgericht in 1928) en stond bol van optimistisch en progressief denken. Alles was maakbaar en het idee dat iedereen gelijk was en voor iedereen hetzelfde werd geboden, stond centraal.

Vanaf 1966 werd begonnen met de bouw van de nieuwe woonwijk. De functies wonen, werken, recreatie en verkeer werden strikt van elkaar gescheiden om zo een hygiënische, groene, ruime stad tot stand te brengen. Er kwam een rechthoekig stelsel van verhoogde wegen waarbinnen, in het groen, honingraatvormige flats van tien lagen werden neergezet. Voorzieningen kwamen vooral onder wegdekken en parkeergarages.

Nog ver voor de voltooiing van de Bijlmer kwam er kritiek op de massaliteit van de wijk, de eenvormigheid en de onveilige plekken als gevolg van de functiescheiding. De kritiek werd verergerd door een aantal sociaal-economische en uitvoeringsproblemen. Bezuinigingen leidden tot het schrappen van liftopgangen waardoor vooral galerijwoningen werden gerealiseerd. Ook ontstond een andere bevolkingssamenstelling dan verwacht, onder andere door de trek van de geschoolde arbeidersklasse naar eengezinswoningen in groeikernen als Purmerend en (later) Almere, en het stagneren van de doorstroom uit stadsvernieuwingswijken. Met de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kwam bovendien een groot aantal Surinamers naar de Bijlmer. Al met al werd de wijk vooral een plek waar minder kansrijken kwamen te wonen.

In 1990 werd een integrale vernieuwingsoperatie gestart door de gemeente, het stadsdeel en woningcorporatie Nieuw Amsterdam, om verbetering te brengen op ruimtelijk en sociaal niveau. Na jarenlange uitvoerige discussies werd gekozen voor gedeeltelijke sloop, vervangende nieuwbouw (laag- en middelhoogbouw), meer variatie in het woningaanbod en de bebouwing, en veel aandacht voor de levendigheid, stedelijkheid en sociale veiligheid, onder meer door functiemenging.

Inmiddels is de stedelijke vernieuwing overal zichtbaar: dreven zijn verlaagd, flats zijn gesloopt en vervangen door laagbouw, en er is meer variatie in de bebouwing. Hiermee is ook de radicale breuk met de oorspronkelijke ideeën van de ontwerpers van de Bijlmer zichtbaar. Het moderne visioen heeft de afgelopen jaren plaats gemaakt voor een collage van nieuwe stedebouwkundige visies, ieder steeds weer kenmerkend voor de tijd. Misschien wordt Kleiburg wel het symbool van de huidige tijdgeest en wordt het gebouw een boegbeeld van creatief denken in moeilijke tijden. (ARCAM/BU)