Kweekschool voor de Zeevaart


 
Prins Hendrikkade 192
Amsterdam
W. Springer (vader) en J.L. Springer (zoon)
Vaderlandsch fonds ter aanmoediging van 's lands zeedienst
Bus 22, halte Kadijksplein
1880
Onderwijs
 

School met internaat voor varensgezellen van koopvaardij en marine

De Amsterdamse Kweekschool voor de Zeevaart werd in 1785 geopend uit onvrede met het vergaan van de 17e-eeuwse nationale glorie en de vermeende jansaliegeest onder de jeugd die als een oorzaak daarvan werd gezien. De school met internaat was een particulier initiatief, waarvoor het stadsbestuur het Willige Rasphuis beschikbaar stelde. Dat was een voormalig pakhuis van de West-Indische Compagnie aan de Prins Hendrikkade – die toen nog IJgracht heette. Het oude pakhuis vertoonde tal van gebreken maar geld voor nieuwbouw was er niet. Daarin kwam verandering toen na 1870 de Industriële Revolutie in Nederland voet aan de grond kreeg en de economie aantrok. Voor het ontwerp van een nieuw gebouw werden vader en zoon Springer in de arm genomen en in 1880 werd het nieuwe schoolgebouw feestelijk geopend.

Het voormalige Kweekschool-gebouw is uitgesproken monumentaal van opzet. De gevel aan de Prins Hendrikkade heeft een symmetrische en hiërarchische opbouw, een vooruitspringend middendeel en hoog oprijzende trapgevels. De school is uitgevoerd in neorenaissance-stijl, een herinterpretatie van de Hollandse Renaissancestijl uit het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw, die in de 19e eeuw werd gezien als een bij uitstek nationale stijl. Kenmerkend zijn onder meer de trapgevels, speklagen, rondbogen, zuilen en de rijke toepassing van gevelornamenten. De versieringen, deels ontleend aan de zeevaart, geven uiting aan het karakter van het instituut en onderstrepen de voornaamheid ervan.

In het gebouw waren leslokalen, kantoren, een kleermakerij (de leerlingen droegen een schooluniform), een ziekenzaal en een keuken te vinden. Ook waren er in het gebouw woningen opgenomen voor magazijnmeester, bootsman, eerste en tweede stuurman en voor de ‘‘commandeur’’ – waarmee de schooldirecteur werd bedoeld. In het vooruitspringende middendeel van het gebouw bevond zich, op de tweede verdieping, de ‘gedenkkamer’. Hier werd een grote collectie bewaard van portretten, borstbeelden en scheepsmodellen, bij wijze van stichtelijke herinnering aan ‘‘s lands roemrijke nautische verleden. Op de binnenplaats was een compleet zeilschip neergezet dat fungeerde als lesmateriaal.

Na een interne verbouwing van het schoolgebouw door Baneke, van der Hoeven Architecten werden grote delen van het gebouw in 2003 in gebruik genomen door aan de Universiteit van Amsterdam gelieerde opleidingsinstituten. Daarnaast biedt het onder meer onderdak aan kantoren en een café. (DW/ARCAM)