Laurent Ney (Ney + Partners)


Laurent Ney (Thionville, Frankrijk 1964) werd in Luik en Aken opgeleid tot bouwkundig ingenieur. Na een periode te hebben gewerkt in loondienst, richtte hij in 1998 te Brussel Ney + Partners op. Dit tegenwoordig ongeveer vijftig man sterke bureau opereert vanuit de overtuiging dat ingenieurskunst alleen kan ontstaan door kennis van constructie, architectuur en context actief te integreren. De constructie is bij het tot stand brengen van deze synthese de leidraad; krachten worden gebruikt als de grondstof waarmee de ingenieur zijn structuur als een sculptuur tot stand brengt. De passerelles, bruggen en luifels die het bureau ontwikkelt zijn de meest uitgesproken toonbeelden van deze opvatting. Het bureau sleepte er een groot aantal ontwerpprijzen mee in de wacht.
Ney + Partners ontwierpen de overkapping van het recent heropende Scheepvaartmuseum. In uitvoering zijn onder meer een brug over de Waal bij Nijmegen en een brug naar het IJ-Dock bij het Westerdokseiland in Amsterdam.

In de inleiding van zijn lezing – die naar eigen zeggen ‘vooral over vorm’ ging – zette Ney in algemene termen uiteen hoe hij zijn rol opvat: ‘Ik ben geen architect, misschien een ingenieur en zeker wél een ontwerper’. In die niet zeer vastomlijnde hoedanigheid verklaarde hij te streven naar ingenieurswerk met een duidelijke kwaliteit, voortkomend uit onder meer symboolwaarde, een verband met de plaatselijke natuur, ‘verstaanbaarheid’ of ‘evidentie van het bouwen in het werk zelf’ en ‘fierheid van het vakmanschap’. Ook herinnerde hij het publiek aan het inzicht dat een goed ontwerp niet noodzakelijk het resultaat hoeft te zijn van een doelbewust ontwerpproces. Deze laatste boodschap werd verhelderd met de projectie van een beeld waarop verschillende mattenkloppers waren te zien.
Na deze inleiding volgde de presentatie van zeven eigen werken: één luifel, een vijftal bruggen en passerelles, en natuurlijk de overkapping van het Scheepvaartmuseum. Verschillende keren werd hierin duidelijk dat Ney, onder meer door goede beheersing van statica en mechanica, aan de omgang met beperkingen de gedaante kan verlenen van een spel. Een toverwoord in dit verband was ‘optimalisatie’, een proces dat, losgelaten op een willekeurig voorontwerp, steevast leidde tot slankere, sierlijker en meer sprekende vormen. Onderweg bleek er ook zoiets te bestaan als ‘streekeigen beton’, door Ney + Partners toegepast in een bruggehoofd in het Belgische Riemst, net over de grens bij Maastricht.
In reactie op een vraag uit het publiek werd duidelijk dat Neys lezing doelbewust niet representatief was voor de bulk van het werk dat zijn bureau verricht. Tweederde van wat Ney + Partners doen, heeft betrekking op woningontwerpen van derden, waarin het ingenieursbureau zich zeer bescheiden opstelt – heel anders dan bij het door Ney in de Brakke Grond getoonde boeiende auteurswerk. (ARCAM, november 2011)