Moederhuis/Hubertushuis


 
Plantage Middenlaan 27-33
Plantagebuurt
Amsterdam
A.E. van Eyck
Hubertusvereniging
Tram 9-14
Francis Strauven, 'Plaats voor wederkerigheid', Wonen-TA/BK no. 8, 1980; Izak Salomons, 'Het "Moederhuis": licht en ruimte', Forum no. 3, 1980-81; Jord den Hollander, '"Moederhuis" Amsterdam kleurige toverbal als architectuurmanifest', de Architect, no. 4, 1979.
1978
Wonen
 

Opvanghuis voor moeders en kinderen

In 1973 ontwierp Aldo van Eyck samen met Theo Bosch het ‘Moederhuis’. Opdrachtgever was de Hubertusvereniging, die zijn oorsprong vindt in de laat 19e-eeuwse liefdadigheid. Het Moederhuis staat op de plaats waar zich voorheen een opvanghuis voor ‘gevallen vrouwen’ bevond.

Het huidige gebouw is ontworpen als een thuis voor moeders die in problemen verkeren. Zij konden samen met hun kinderen tijdelijk in het huis verblijven en er desgewenst gebruik maken van deskundige hulp. Tegenwoordig is het gebouw nog steeds in gebruik bij een hulpverlenende instelling.

Van Eyck heeft het Moederhuis ontworpen uitgaande van het idee dat architectuur menselijke activiteiten mogelijk moet maken en sociale contacten dient te bevorderen. Deze gedachte was een reactie op het naoorlogse functionalisme dat in de praktijk vaak tot kille en vreugdeloze resultaten leidde. Het ontwerp omvatte niet alleen de invulling van een gat in de negentiende-eeuwse straatwand van de Plantage Middenlaan, maar ook de renovatie van twee aangrenzende historische panden. De invulling voegt zich naar de bestaande gevelwand qua bouwhoogte, verticale hoofdindeling en onderbouw, maar onderscheidt zich vooral door het opvallende kleurgebruik. Voor de gevel koos van Eyck naar eigen zeggen voor één kleur, namelijk ‘de regenboogkleur’.

Het interieur wordt gekenmerkt door bont kleurgebruik en door een heldere indeling van de plattegrond. Behalve van cirkel-, achthoek- en rechthoekvormen is ook veel gebruik gemaakt van ruimtelijke elementen als terrassen, trappen en passages, die zorgen voor een ontspannen, ruime sfeer. (ARCAM/YK)