Museum Geelvinck Hinlopen Huis


 
Keizersgracht 633
Grachtengordel
Albert Geelvinck
1687
Cultuur, Nieuws, Wonen
 

Vlak voorbij de Gouden Bocht richting de Amstel staat aan de Herengracht het Geelvinck Hinlopen Huis. Parallel aan de overzijde van de tuin, grenzend aan de Keizersgracht, staat het bijbehorende koetshuis. Deze twee monumentale panden werden in circa 1687 in opdracht van Albert Geelvinck gebouwd en staan nu samen te koop.

Herengracht
In de Gouden Eeuw werd Amsterdam in etappes uitgebreid. Eerst waren er de uitbreidingen van de havens, waarna er werd gestart met de aanleg van de grachtengordel. Er werd begonnen met het graven van de grachten van het IJ tot aan de Leidsegracht. In 1663 werd de Herengracht vanaf de Leidsegracht doorgetrokken tot aan de Amstel. Een stukje gracht dat drieënhalve eeuw bewoond zal zijn door rijke, machtige Amsterdamse regentenfamilies. Het was het financiële centrum van Nederland. In 1683 kocht Albert Geelvinck voor 6.300 gulden twee naast elkaar gelegen en onbebouwde kavels aan dit stukje van de Herengracht. Hij liet er een dubbele woonhuis op bouwen, dat in 1687 klaar was voor bewoning.

Keizersgracht
In hetzelfde jaar dat Albert Geelvinck zijn intrek nam in zijn huis aan de Herengracht, kocht hij ook achterliggende kavel aan de Keizersgracht. Hij gebruikte deze kavel voor de uitbreiding van zijn tuin en de aanleg van een koetshuis en een stal. Sinds 1991 is de tuin weer tot zijn oorspronkelijke ensemble hersteld. Tuinarchitect Robert Broekema verdeelde de tuin in drie delen, elk deel refereert aan een periode uit de geschiedenis van de tuinarchitectuur: de Hollandse knopentuin, gevuld met fruit, groente en (medicinale) kruiden, de Engelse landschapstuin en de Franse baroktuin.

Museum
Beide panden werden eind jaren negentig door de toenmalige eigenaar, de familie Buisman, grondig gerenoveerd. Vanaf 1991 werden de panden opengesteld als Museum Geelvinck Hinlopen Huis. Het museum toonde de wooncultuur van de Amsterdamse regentenfamilies in de 17e, 18e en 19e eeuw. Zo bevindt zich in de salon een marmeren rococo schouw, is er een Lodewijk XVI-stijl stucplafond, lambrisering in dezelfde stijl als het stucplafond en bevindt zich in de tuinkamer behangsel afkomstig uit de Brusselse goudleerfabriek van Cornelis ’t Kindt. Goudleer is een wanddecoratie van fijn leer vol met bladzilver bevestigde afbeeldingen, afgedekt met een goudkleurig vernis.

Verkoop
Na ruim een kwart eeuw staan nu beide panden te koop. Het museum en haar collectie verhuisd naar een andere locatie in Zutphen. In totaal zijn de gebouwen samen ruim 1700 vierkante meter groot en tellen ze 37 kamers, waarvan 18 slaapkamers. Het is een waar stadspaleis.

Tekst: Ariadne Onclin/Architectuurcentrum Amsterdam
Foto: Jan de Wit