Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium


 
Anthony Fokkerweg 2
Schinkelgebied
Amsterdam
H.A. Maaskant, W. van Tijen
1946
Bedrijven, Kantoren, Leisure
 

In hetzelfde jaar dat Fokker en de KLM werden opgericht (1919), werd ook – om de veiligheid in de militaire luchtvaart te bevorderen – de Rijksstudie voor de Luchtvaart (RSL) in het leven geroepen. De snelle opkomst van burgervluchten verlegde de focus van het werk van de RSL welke uiteindelijk in 1937 opging in de stichting Nationaal Luchtvaart Laboratorium (NLL). NLL richtte zich op wetenschappelijk onderzoek ter bevordering van de nationale luchtvaartindustrie. Vanaf 1961 is de ruimtevaart aan de naam en het werkveld toegevoegd, de afkorting luidt sindsdien als volgt: NLR.

In 1939 werd begonnen met de bouw van een complex ten behoeve van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium in Amsterdam. De gekozen locatie – het Schinkelgebied – bood directe toegang tot weg- en waterverbindingen met Schiphol. Het complex is ontworpen in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid door architecten H.A. Maaskant en W. van Tijen. Het geheel bestaat uit diverse laboratoria, kantoren en een windtunnelgebouw. De bouw werd uiteindelijk in 1946 voltooid. Gedurende de jaren zijn in het complex materialen en meetinstrumenten getest, sterkteberekeningen uitgevoerd en vergaderd over technische vraagstukken met betrekking tot de luchtvaart- en vliegtuigbouw. Anno 2013 zijn diverse gebouwen nog steeds in gebruik als laboratoria van de NLR, ondanks dat een groot deel van de onderdelen is verhuisd naar een tweede locatie in Flevoland. Het hoofdgebouw en het windtunnelgebouw kregen in 2004 de status van gemeentelijk monument.

Het hoofdgebouw ligt aan de Anthony Fokkerweg. Het bestaat uit negentien gebogen betonnen spanten met daartussen bakstenen geveldelen en vensters. Beton was in die tijd een modern bouwmateriaal waar veelvuldig mee werd geëxperimenteerd. Bijzonder is de combinatie van dit moderne bouwmateriaal en het gebruik van baksteen als traditioneel bouwmateriaal. De boven de vensters geplaatste betonnen luifels fungeren als zonwering. Een grote glazen pui markeert de scheiding tussen het kantoorgedeelte (op de foto rechts) en de laboratoria en werkplaatsen (op de foto links). De rechte lijnen in het ontwerp worden benadrukt door het gebruik van de lichte gevelconstructie en de vrije indeling van de gevel.

Haaks op het hoofdgebouw is het windtunnelgebouw gesitueerd, dat dezelfde lichtgebogen betonnen daken kent. Het rechthoekige gebouw bestaat uit twee lagen en een glazen tussenverdieping. Aan de lange gevels zijn twee rechthoekige uitbouwen – de voormalige windtunnels – gerealiseerd. Momenteel is hier een museum omtrent de historie van het instituut ingericht, dat het grote publiek de mogelijkheid biedt de imposante ruimte van binnen te bekijken. (YK/ARCAM)