Openbaar debat Groene Vingers


Vanaf de periode dat de stadsvorm van Amsterdam werd vastgelegd in het AUP en vooral vanaf de jaren vijftig wordt gaandeweg steeds meer in termen van ‘een stad met lobben‘ gedacht. Dat wil zeggen: een stad met een kern van waaruit onderling van elkaar gescheiden tuinsteden uitwaaieren.
In het oorspronkelijke AUP zijn de groene vingers van Amsterdam niet veel meer dan restgebieden, maar vandaag de dag is de functie van deze groengebieden veranderd. De scheggen zijn belangrijk voor de recreatie en vanuit ecologisch oogpunt, en hebben een grote cultuurhistorische waarde.
Omdat de groene vingers ver de stad insteken, zijn ze behalve aantrekkelijk en goed bereikbaar ook uitermate kwetsbaar. Voornamelijk aan de randen dreigt verrommeling door de oprukkende stad en de daarbij behorende infrastructuur. Hierdoor maakt het ommeland een versnipperde en chaotische indruk.
Vragen die zich opdringen zijn: wat zijn de ambities en hoe kunnen die ambities worden verwezenlijkt? Hoe kan de verrommeling worden tegengegaan? Welke rol is bij dit proces weggelegd voor de vele deelnemende partijen in deze gebieden zoals stadsdelen, randgemeenten, provincie, maar ook bewoners, boeren, volkstuinders en natuurbeschermers?
In aanwezigheid van direct betrokkenen, lichtten drie sprekers de betekenis van de scheggenstructuur in Amsterdam toe. Tom Bloemers sprak over de archeologische ondergrond van de scheggen, Rob van Leeuwen lichtte de ontwikkeling van de lobbenplattegrond toe en wethouder Marijke Vos presenteerde haar ideeën met betrekking tot de toekomst van het groene ommeland. Nadien was er een levendige discussie.

Zie voor meer informatie: het verslag van de avond.