Paleis voor Volksvlijt


 
Frederiksplein, ooit
Amsterdam
Cornelis Outshoorn
J.C. Polak - Van 't Kruys, Het Paleis voor Volksvlijt, Amsterdam, 1991; Emile Wennekes, Het Paleis voor Volksvlijt, 'Edele uiting eener stoute gedachte', Den Haag, 1999. Zie voor meer informatie over dit gebouw ook de rubriek 'Typisch Amsterdams' op www.amsterdam.nl
1864
 

Voormalig glaspaleis op het Frederiksplein (afgebrand/gesloopt)

In 1853 was door de Vereeniging voor Volksvlijt, waarvan de visionaire medicus Samuel Sarphati initiatiefnemer was, bij het stadsbestuur van Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot het oprichten van een tentoonstellingsgebouw. Dit Paleis voor Volksvlijt zou, volgens de historicus Theo van Tijn, ‘het meest spectaculaire project’ worden dat in het 19e-eeuwse Amsterdam werd gerealiseerd. Architect Cornelis Outshoorn leverde een ontwerp dat, opervlakkig beschouwd, overeenkomsten vertoont met het Londense Crystal Palace. Beide gebouwen zijn kolossale constructies waarin veel gietijzer en glas is verwerkt.

Tekenend voor de visionaire geest van Sarphati was de omstandigheid dat hij het Paleis voor Volksvlijt projecteerde in een nog veel grootser denkbeeld: een ‘stadsuitbreidingsplan voor het verbouwen en verfraaijen van den omtrek van het Paleis voor Volksvlijt, de Amsteloevers enz. enz. Deze stadsuitleg zou Amsterdam transformeren tot ware en waardige hoofdstad van Nederland’, zo meende deze ‘Amsterdamse Haussmann’. Het Amstelhotel en de stadswijk De Pijp waren in dit plan inbegrepen.

Het Paleis voor Volksvlijt opende in 1864 zijn poorten. Het heeft gedurende 65 jaar een belangrijk aandeel gehad in het cultureel-maatschappelijk leven van de hoofdstad. Het accent in de bedrijfsvoering kwam nog in de 19e eeuw te liggen op (podium-)kunst en verstrooiing. Het Paleis veranderde hierdoor van een tentoonstellingsgebouw in een centrum voor divertissement, een ‘volkspaleis’ dat alleen al in de grote zaal ruim negenduizend bezoekers per avond kon herbergen. In de jaren tachtig van de 19e eeuw werd naar ontwerp van de architect Adolf van Gendt in een gedeelte van de paleistuin een statige Galerij gebouwd. Er werden chique winkels in gehuisvest.

In het voorjaar van 1929 ging het Paleis door onbekende oorzaak ’s nachts in vlammen op. Alleen de Galerij overleefde de brand, om in 1961 alsnog te worden gesloopt. Ongeveer op de plaats waar de paleistuin had gelegen, werd het nieuwe hoofdkantoor gebouwd van de Nederlandsche Bank. Het kwam gereed in 1968. In de zomer van 2002 is door enthousiaste liefhebbers van het verloren gegane Paleis de Stichting tot herbouw en exploitatie van het voormalige Paleis voor Volksvlijt in het leven geroepen.

(Bron: Stichting tot herbouw en exploitatie van het voormalige Paleis voor Volksvlijt, www.volksvlijt.nl)