Pierebad Beatrixpark


 
Boerenweteringpad
Amsterdam
Jakoba Mulder
1938
1960
Leisure, Openbare ruimte, Voorziening
 

Openbaar kinderbad in stadspark

Het kinderbad in het Beatrixpark is geen erg opvallend bouwwerk. Het ligt een beetje verscholen tussen het groen en omdat het weinig hoogte heeft, kijk je er gemakkelijk overheen. Maar op warme zomerdagen ontpopt het zich tot een gastvrije, feestelijke plek van grote betekenis. In en om het pierebad wijdt zich dan een menigte blote kindertjes, gewapend met gieters, ballen, zwembanden en wat dies meer zij, aan de uiterst serieuze zaak van het kinderspel.

Het speelbad is een ontwerp van Jakoba Helena – zeg maar Ko – Mulder, die in 1926 als één van de eerste vrouwelijke bouwkundigen afstudeerde aan de Technische Hogeschool in Delft. Vanaf 1930 werkte ze bij de afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente Amsterdam en in 1958 kwam ze daar aan het hoofd te staan. Ze ontwierp het Amsterdamse Bos en recreatiegebied Spaarnwoude en droeg bij aan de uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) voor de Westelijke Tuinsteden en Buitenveldert. In 1938 werd in Amsterdam Zuid het Beatrixpark geopend, dat door haar was ontworpen. In het oostelijke deel van dit park lag een door Mulder ontworpen pierebadje, met een niervormige plattegrond en voorzien van een betonnen pergola. In 1958 moest dit bad wijken voor een uitbreiding van het RAI-complex. Een eindje verder naar het westen werd in 1960 het huidige pierebad geopend, dat eveneens door Mulder was ontworpen.

Voor wie ontwierp Ko Mulder dit badje? In de eerste plaats voor kinderen natuurlijk. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er in Amsterdam alleen besloten speeltuinverenigingen. Dat was Mulder een doorn in het oog. Ze besloot werk te maken van de aanleg van meer speelgelegenheid toen ze een buurmeisje, bij gebrek aan een zandbak, zag graven onder een boom in de straat: ‘Dat is toch te gek dacht ik, er moeten zandbakken en speelgelegenheden voor de jeugd komen’. Op initiatief van Mulder begon de gemeente Amsterdam in de jaren veertig met de aanleg van openbare speelplaatsen, naar ontwerp van Aldo van Eijck. De aanleg van speelvijvers had Mulders bijzondere belangstelling: ‘Wat is er voor ieder kind heerlijker te bedenken dan zon, licht en ook nog water?’

Maar een kinderhand is gauw gevuld. Was een ruime waterbak van de juiste diepte, en eromheen wat vrije ruimte om in je blote kont rond te rennen of met je autoped te racen, voor het geluk van de doelgroep niet afdoende geweest? Ko Mulder was kennelijk van mening dat daarmee niet kon worden volstaan. Ze gaf haar ontwerp een asymmetrische schikking, vloeiende lijnen, een betonnen pergola en een hoge vlaggemast. Door die behandeling werd het pierebad een volwaardige, zelfs lichtelijk monumentale stedelijke plek, die met publieke middelen als het ware werd opgedragen aan het kinderspel. Dat kreeg daarmee de status van een serieuze zaak – ook voor grote mensen. (ARCAM/DW)