Postgebouw/Post CS


 
Oosterdokskade
Amsterdam
P. Elling
Koninklijke PTT
Centraal Station
1960
1968
Kantoren, Voorziening
 

Modernistisch maakt ruimte voor modern

In 2010 is begonnen met de sloop van het voormalige stationspostgebouw op het Oosterdokseiland. Het hoge, grijze gebouw aan de zuidoostzijde van het eiland stond de laatste jaren bekend als ‘Post CS’ toen onder andere het Stedelijk Museum en tientallen bedrijfjes uit de creatieve sector er tijdelijk introkken. In de plannen voor de herontwikkeling van het Oosterdokseiland zou het gehandhaafd worden en een nieuwe gevel krijgen van Erick van Egeraat, ontwerper van het stedenbouwkundig plan voor het Oosterdokseiland. Maar de gemeente besloot het gebouw toch te slopen.

Het gebouw voegde zich op een vrij logische manier in het rijtje nieuwe gebouwen op het eiland: op het meest westelijke deel van het eiland het Double Tree Hotel, in het midden de Openbare Bibliotheek en het Conservatorium, en op de oostpunt ‘Post CS’. Ze staan in een waaiervorm op het eiland, zo bedacht door Van Egeraat.

Het Post CS gebouw maakte oorspronkelijk deel uit van een complex van drie gebouwen die werden ontworpen door architect Piet Elling (1897-1962) en gezamenlijk fungeerden als stationspostkantoor. De twee westelijke, lagere vleugels werden een aantal jaar eerder al gesloopt. Sommige mensen herinneren zich misschien nog dat je hier tot negen uur ’s avonds je brieven kon posten die de laatste lichting hadden gemist.

De drie gebouwen verrezen tussen 1960 en 1968 op de plek van een groot in onbruik geraakt rangeerterrein ten oosten van het Centraal Station. Bij de bouw waren onder andere de Dienst der Publieke Werken en stadsarchitect Ben Merkelbach betrokken. Cornelis van Eesteren, directeur van Publieke Werken, zag een betekenisvolle relatie tussen de kantoortoren van het postgebouw en het Havengebouw dat architect W.M. Dudok ten westen van het station had gebouwd (1960). Bij de oplevering stond het gebouw bekend als het modernste postkantoor ter wereld. De laatste jaren werd het gebouw gewaardeerd als een van de beste voorbeelden van wederopbouwarchitectuur.

Elling, bekend als een functionalistisch architect, ontwierp een echte postmachine waarbij de drie onderdelen ieder hun functie weerspiegelden. Het meest westelijke werd gekenmerkt door boogvormige perronoverkappingen waaronder de karretjes met postzakken in- en uitgeladen moesten worden. Ten oosten daarvan lag het vier bouwlagen tellende ‘briefpostgebouw’ waarin de post mechanisch werd verwerkt.

Het hoge gebouw op de punt van het eiland was het meest opvallende van de drie en fungeerde compositorisch gezien als een soort baken van het complex. Het is opgebouwd uit een hoogbouw met kantoren en een bredere laagbouw voor de pakketdiensten. Het hoge deel steunt op het lagere volume en kreeg om die reden een complexe draagstructuur.

De situering van de blokken ten opzichte van elkaar was zorgvuldig gekozen. De lagere blokken werden als een opmaat voor het hoge blok geplaatst. Door de schaalsprongen in het bouwwerk werd het belang van het hoge Post CS gebouw geaccentueerd. De wigvormige ruimte tussen het briefpostgebouw en het pakketpostgebouw bood plek aan vrachtwagens voor het laden en lossen. Tevens zorgde de kleine verdraaiing in de rooilijn ervoor dat het hoge blok op de mooiste plek van het Oosterdok nog beter in het oog sprong voor de passanten van de Prins Hendrikkade.

Het moderne karakter van het complex werd in grote mate bepaald door het materiaalgebruik: alle drie de gebouwen werden uitgevoerd in zandsteen, glas en beton. Moderne materialen die met gevoel voor detail werden toegepast. De gevels van de twee westelijke panden werden gekenmerkt door een hoge plint (refererend aan de winkelpanden in de Amsterdamse binnenstad) met daarboven glasgevels die werden doorbroken door een betonnen raster. Dit raster gaf de gevels een maatverdeling die deed denken aan de maatvoering van de Amsterdamse binnenstad en deed daarnaast dienst als zonwering. De hoogbouw op de kop van het eiland kreeg een afwijkend architectonisch karakter. Hier werd het betonnen raster herhaald maar zwaarder en dieper uitgevoerd. Met zijn hoge pijlers en diepliggende ramen vormde het een duidelijke referentie naar een van de beroemdste ontwerpen van de modernist Le Corbusier, de Unité d’Habtation in Marseille. (ARCAM/BU)