Rembrandthuis


 
Jodenbreestraat 4
Amsterdam
Jacob van Campen
1628
Cultuur, Leisure
 

Museum Het Rembrandthuis

Het perceel waarop nu het Rembrandthuis staat, werd rond 1606 voor het eerst bebouwd. Het was destijds een nieuwe wijk waar veel rijke kooplieden zich vestigden. Omstreeks 1628 werd het pand ingrijpend verbouwd waarna het een extra verdieping kreeg en de huidige lijstgevel met een fronton, voor die tijd hoogst modern. De verbouwing stond waarschijnlijk onder leiding van Jacob van Campen, die later bekend werd door zijn ontwerp voor het nieuwe Stadhuis, het huidige Paleis op de Dam.

Rembrandt kocht het huis in 1639, hetzelfde jaar waarin hij begon aan zijn portret van het Schuttersgilde van Frans Banning Cocq, beter bekend als de Nachtwacht, waarmee hij veel roem vergaarde. Rembrandt kocht het huis op hypotheek maar ondanks zijn grote verdiensten in die tijd was hij niet in staat aan zijn betalingen te voldoen. In 1656 werd Rembrandt vanwege wanbetaling failliet verklaard en werd zijn huis bij een veiling in 1658 verkocht waarna de schilder tot zijn dood aan de Rozengracht woonde.

Van 1658 tot 1907 was het gebouw gesplitst in twee panden en diende het als woonhuis. In deze periode is het pand enorm vervallen en het was waarschijnlijk gesloopt als het niet zo’n beroemde bewoner had gekend. In 1907 kwam het in bezit van de Stichting Rembrandthuis, die in datzelfde jaar was opgericht om het huis te behouden. Bij een grote restauratie onder leiding van K.P.C. de Bazel werd besloten het pand naar een eigentijds ontwerp te herbouwen zonder historische referenties. Museum het Rembrandthuis werd in 1911 door koningin Wilhelmina geopend.

Rond 1990 werd het naastgelegen Saskiahuis afgebroken en zes meter verderop herbouwd – of althans, de gevel werd herbouwd. In de ruimte tussen Rembrandt- en Saskiahuis ontwierp Van Moort & Partners Architecten een kantoorgebouw. Het Rembrandthuis kocht de kavel en onder leiding van Peter Sas Architecten werd het Rembrandthuis ingrijpend verbouwd, waarbij het oude huis en de nieuwbouw tot een functionele eenheid werden gesmeed. Museumfuncties als een ruime entree met winkel, auditorium, sanitair en twee tentoonstellingszalen werden in de nieuwbouw ondergebracht, terwijl het oude woonhuis werd teruggebracht in oorspronkelijke staat. De inventarislijst van Rembrandts huis, opgemaakt bij zijn faillissement in 1656, werd daarbij als leidraad gebruikt. De oudere ingrepen van De Bazel werden grotendeels ongedaan gemaakt.

Bij de heropening in 1998 was het nieuwe Museum Het Rembrandthuis een bundeling van het oude huis en de nieuwbouw ernaast, met een nieuwe routing die de beide gebouwen vervlecht. De gevel voor de nieuwbouw werd ontworpen door architect Zwarts & Jansma Architecten. Mede door het strakke ontwerp zijn de beide gebouwen in het straatbeeld strikt gescheiden gebleven. (ARCAM/TB, DW)