Rijksmuseum Vincent van Gogh


 
Paulus Potterstraat 7
Amsterdam
Rietveld, Van Dillen, Van Tricht
Rijksgebouwendienst
Tram 2, 3, 5, 12 stop Paulus Potterstraat
D. de Rond en A. Terstal, Rietveld in Amsterdam, Rotterdam 1988, p.62-63; M. Köper en I. van Zijl, Gerrit Rietveld 1988-1964, het volledige werk, Utrecht 1992, p.352-53.
1973
Cultuur, Leisure
 

Van Goghmuseum aan het Museumplein

In 1963 kreeg het architectenbureau Rietveld, Van Dillen en Van Tricht de opdracht een museum te ontwerpen voor het werk van Vincent van Gogh. De zoon van Vincents broer Theo, de initiatiefnemer, en de opdrachtgever stelden een aantal eisen. Zo moest er rekening worden gehouden met de schaal van de nabijgelegen bebouwing (waaronder het Stedelijk Museum) en de expositieruimte moest van bovenaf worden verlicht.

Gerrit Rietveld maakte een eerste schetsontwerp waarin aan beide eisen werd voldaan. In het gebouw, dat drie verdiepingen telt, zijn rondom een centrale vide met een open trap de tentoonstellingsruimten gegroepeerd. Hierdoor, en door de terrasvormige opbouw, ontvangt elke ruimte daglicht via een centrale lichtschacht en via het dak. De verdiepingen zijn als open galerijen getekend. Naarmate een verdieping hoger ligt, neemt het vloeroppervlak af. Zo heeft de bezoeker van bovenaf zicht op de onderliggende verdiepingen en de hal. De hand van Rietveld is herkenbaar in de compositie van doorlopende vlakken aan de straatzijde bij de hoofdentree. Na de dood van Rietveld in 1964 werkte Van Dillen verder aan de opdracht op basis van de eerste schetsen. Toen Van Dillen in 1966 overleed werd het ontwerp voltooid door Van Tricht.

In 1999 werd het museum uitgebreid met een halfrond vrijstaand paviljoen naar ontwerp van de Japanse architect Kisho Kurokawa. Het nieuwe gebouw is vanuit het bestaande museum bereikbaar via een ondergrondse verbinding. Het gebouw uit 1973 werd tijdens de bouw van de nieuwe vleugel grootscheeps gerenoveerd volgens de inzichten van Greiner Van Goor architecten. (ARCAM/WL)