Telefooncentrale aan de Herengracht


 
Herengracht 295
Grachtengordel
Amsterdam
Dienst Publieke Werken, projectarchitect C. van der Wilk
Plaatselijke Telefoondienst
Tram 1, 2, 5, 20.
J.W. van As, 'Vernieuwing telefooncentrale Herengracht', Werk in Uitvoering 5 (1956), p. 432-434; B. Rebel en G. Vermeer (red.), d'Ailly's historische gids van Amsterdam, Den Haag 1992.
1957
 

20e eeuws utiliteitsgebouw in grachtenwand

In 1954 werd begonnen met de sloop van het gebouw van de Plaatselijke Telefoondienst, dat vlak na de Eerste Wereldoorlog aan de Herengracht was gebouwd. De fundering en constructie waren niet berekend op het gewicht van de apparatuur van een telefooncentrale. Het nieuwe gebouw werd opgetrokken rond een staalskelet. In verband met de functie van het gebouw werd veel aandacht besteed aan isolatie, die werd bereikt door de toepassing van isolerende dakplaten, dubbel glas en celbetonplaten in de gevel.

Op de begane grond vonden kantoren en diverse technische voorzieningen een plaats. In de kelder werden een rijwielstalling en de dienstruimten ondergebracht. De drie bovenverdiepingen bevatten de ‘automatenzalen’, het hart van de centrale. Deze zalen liggen over de hele breedte van het gebouw; ze meten 42,5 bij 11,5 meter.

De telefooncentrale is een van de weinige grote naoorlogse gebouwen in een Amsterdamse grachtenwand. De indeling van de gevel is gebaseerd op de systeemmaat van het staalskelet. De gevel is bekleed met gele steen, en geleed door middel van grijze natuurstenen banden. Drie bronzen erkers en een bronzen ingangspartij zorgen voor de accenten in de 43 meter brede gevel. De getande daklijst is voorzien van een luifel die tachtig centimeter buiten het gebouw steekt. Ondanks de moeite die is gedaan om het gebouw door middel van gevelgeleding in de grachtenwand te integreren, is er altijd veel kritiek geweest: het ritme van de gevelwand zou door het ‘grootschalige en wanstaltige gedrocht’ ernstig worden verstoord. (ARCAM/JEA)