Uitbreiding Koninklijk Theater Carré


 
Amstel 115-125
Amsterdam
Otto Greiner
Metro 51, 53, 54 (Halte Weesperplein), tram 7, 10
1993
Cultuur
 

Koninklijk genieten aan de Amstel

Kijkend naar een gebouw is het nooit moeilijk om dingen voor ogen te hebben waaraan het doet denken. Aan gebouwen die erop lijken, al of niet van dezelfde architect, of aan gebeurtenissen waarnaar het op de een of andere manier verwijst. Zo zal Theater Carré menig architectuurliefhebber doen denken aan de niet lang geleden overleden architect Onno Greiner.

Carré werd gebouwd in 1887, naar een ontwerp van de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk, en was ruim een eeuw lang een voortreffelijk functionerend theater én circusgebouw. Maar op een bepaald moment was het ‘uitgewoond’, waren de installaties versleten en het comfort voor en achter de schermen verouderd. Aan de bouw van een nieuwe, moderne toneeltoren (1993) en de spectaculaire vernieuwing van zaal en foyers (voltooid in 2004) lagen plannen ten grondslag van het bureau Greiner & Van Goor. En hoewel het auteursschap hiervan onbetwist bij Martien van Goor berust, zal deze de eerste zijn om toe te geven dat hij zijn kennis op het gebied van de theaterarchitectuur te danken heeft aan zijn oudere compagnon Greiner. Van diens hand zijn op vele plaatsen in Nederland theaters te vinden. En belangrijk is ook zijn rol geweest in de internationale organisatie van scenografen, architecten en theatertechnici (OISTAT).

Amsterdammers kunnen het werk van hem en zijn bureau ook op andere manieren kennen. Bijvoorbeeld dankzij een uitbreiding van het AMC of via een belangrijke renovatie en uitbreiding van het Van Gogh Museum (1999). In beide gevallen gaat het om projecten die mede getuigen van het feit dat Greiner een overtuigd modern architect was. Een architect voor wie een ontwerp in hoge mate op een helder concept moest berusten en wiens plattegronden zo in elkaar zitten dat gebruikers van zijn gebouwen zich altijd goed kunnen oriënteren. In zijn theaters probeerde hij steevast intimiteit te bereiken, onder andere door het publiek zo dicht mogelijk om het theatergebeuren heen te plaatsen.

Ook op nog een andere plek in Amsterdam is meer over Greiner te leren, want zijn bureau was in de jaren tachtig betrokken bij de restauratie, renovatie en verbouwing van belangrijke delen van Betondorp in de Watergraafsmeer, namelijk de befaamde bibliotheek en woningen aan de Brink. Het bijzondere hiervan is dat hij bij deze operatie in aanraking kwam met zijn eigen verleden, want zowel de bibliotheek als de woningen werden, in respectievelijk 1927 en 1928, ontworpen door zijn vader, Dick Greiner.

Wie een beetje gevoelig is voor historische verbanden kan, kijkend naar Carré, dus ook een enorme, virtuele boog in de tijd voor zich zien – van de beginperiode van de moderne architectuur tot aan de dag van vandaag. (ARCAM)