Wouter Veldhuis (MUST)


Wouter Veldhuis is directeur van Must, een invloedrijk stedebouwkundig bureau dat gespecialiseerd is in stedelijke vernieuwing, strategieën voor stad en regio, cartografie en onafhankelijk onderzoek. Hij is als ontwerper betrokken bij de stedelijke vernieuwing van vijf Amsterdamse wijken; Geuzenveld-Zuid, Buurt 5, Bosleeuw midden, het Breehorngebied en Zuidelijke H-buurt. Daarnaast werkt hij onder andere aan de wijken Lakerlopen en Landhof in Eindhoven en de Wagenwerkplaats in Amersfoort. Samen met Must publiceerde Wouter onder andere Atlas van de Snelwegomgeving (2009), Atlas Westelijke Tuinsteden (met Ivan Nio en Arnold Reijndorp, 2008), Limes Atlas (met Bernard Colenbrander, 2005) en Euroscapes (2003).

Voor een volle zaal vertelde Veldhuis hoe het jonge bureau MUST in de jaren negentig werd opgestuwd op de golven van de technologische ontwikkeling. Als internetpioniers kwamen Veldhuis en zijn maten Robert Broesi en Pieter Jannink in aanraking met beeldmateriaal van de NASA, dat hen op het spoor zette van een werkwijze waarin de nauwgezette, empirische verkenning van het territorium centraal staat. Daarnaast wordt binnen MUST’s benadering van de stedebouw grote waarde toegekend aan vijf begrippen: gelaagdheid, timing, open debat, keuzevrijheid en toeval. Met sprekende voorbeelden verduidelijkte Veldhuis hoe deze begrippen in het werk van MUST een rol spelen. Het belang van ‘timing’ werd bijvoorbeeld ondersteund met een uitleg over de Wagenwerkplaats in Amersfoort, waar de regie van MUST leidt tot een slimme combinatie van roofdierachtig afwachten van toekomstige dynamiek, en minimale strategische ingrepen om die dynamiek in een later stadium vleugels te kunnen geven. Dat het bureau hecht aan ‘open debat’ illustreerde Veldhuis met een uiteenzetting over de Eindhovense volkswijk Lakerlopen. Door de bemoeienis van MUST belandden radicale sloopplannen in de prullenbak en werd er in samenspraak met de bewoners verbouwd met behoud van het karakter van de wijk.
Na de uiteenzetting over de werkwijze luchtte Veldhuis zijn hart over de situatie in de bouw na de financiële crisis. Veldhuis omschreef die situatie als een ‘ravage’ en zag, sprekend van een ‘déjà vu’, overeenkomsten met de jaren tachtig, toen er een stadsoorlog gaande was waarin een grote groep Amsterdammers zich onder aanvoering van de kraakbeweging verzette tegen leegstand en speculatie. Veldhuis toonde een door MUST gemaakte actuele kaart van Amsterdam, waarop alle terreinen waren gemarkeerd die door overijverige projectontwikkeling zijn kaalgesloopt, speculatief vooruitlopend op nieuwbouwactiviteit die nu door de crisis is afgeblazen. Bij elkaar besloegen ze een territorium even groot als het Oostelijk Havengebied plus de eerste fase van IJburg. Door de crisis treedt deze enorme ravage aan het licht, zo betoogde Veldhuis.
Tegelijk zag Veldhuis dat deze grote hoeveelheid braakliggende bouwrijpe grond aanleiding geeft tot herbezinning op de rol van stedebouw en stedebouwer. In het laatste deel van zijn lezing las Veldhuis als aanzet tot die herbezinning een manifest voor, opgebouwd rond negen stellingen:

Stelling 1 – Het vakgebied zat twintig jaar op een dwaalspoor
Stelling 2 – Stedebouw is gewoon stedebouw
Stelling 3 – Wij moeten de stap maken van groot gebaar naar groot onderhoud
Stelling 4 – De stad is geen fictie maar harde realiteit
Stelling 5 – Cijfers zijn niet te vertrouwen
Stelling 6 – De klassieke definitie van project, programma en plan bestaat niet meer
Stelling 7 – De bevoegdheden zijn uitgehold en expertise is verloren gegaan
Stelling 8 – Een sterke gemeentelijke dienst is noodzakelijk
Stelling 9 – Een herijking van stedebouwkundige rollen is noodzakelijk.

De volledige tekst van dit manifest, met de uitvoerige toelichting die Veldhuis in de Brakke Grond uitsprak, is HIER te downloaden.